Conclusie
4.De ontvankelijkheid van het beroep
5.De procedure en de bestreden beschikking
6.De beoordeling van het eerste middel
7.De beoordeling van het tweede middel
Nederlandsstrafvorderlijk belang in aanmerking komt, althans haar oordeel dat daarvan sprake was ontoereikend hebben gemotiveerd.
Nederlandsbelang van strafvordering – in die zin dat dit belang alleen gelegen kan zijn in een in Nederland ingestelde strafvervolging –, vindt geen steun in het recht. Tegen een inbeslagneming die (uitsluitend) is gebaseerd op een verzoek om rechtshulp kan op voet van art. 552a Sv worden opgekomen. Aan de verplichting om aan het verzoek zoveel mogelijk het verlangde gevolg te geven, zou niet kunnen worden voldaan als een dergelijk beklag bij gebreke aan een ‘Nederlands belang’ gegrond zou moeten worden verklaard. Het is dan ook vaste jurisprudentie dat het beklag ongegrond moet worden verklaard als de Rechtbank het in art. 552p Sv bedoelde verlof verleent. Het belang van de strafvordering dat zich tegen teruggave verzet, is dan gelegen in de voldoening aan het rechtshulpverzoek.