ECLI:NL:HR:2003:AF6596

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 juni 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02618/01 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552o Wetboek van StrafvorderingArt. 552p Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake rechtshulpverzoek en rechterlijk verlof

Betrokkene had bij de rechtbank te 's-Gravenhage een klaagschrift ingediend waarin werd gesteld dat aan een rechtshulpverzoek geen uitvoering mocht worden gegeven zonder voorafgaand rechterlijk verlof. De rechtbank verklaarde dit deel van het klaagschrift gegrond en wees de overige verzoeken af.

Betrokkene stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk onderzocht en geoordeeld dat het systeem van Titel X van Boek IV van het Wetboek van Strafvordering slechts vereist dat rechterlijk verlof wordt verkregen bij de afgifte van gegevens die zijn vergaard ter uitvoering van een rechtshulpverzoek.

De Hoge Raad stelde vast dat de afgifte van gegevens die al in het kader van een Nederlands strafonderzoek waren verzameld niet afhankelijk is van een dergelijk verlof. Ook voorziet de wet niet in een beklag tegen het voornemen van de Officier van Justitie om deze gegevens af te geven.

Daarom oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank ten onrechte betrokkene ontvankelijk had verklaard in zijn klaagschrift en dat betrokkene niet ontvankelijk is in het cassatieberoep. De Hoge Raad vernietigde de bestreden beschikking en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank.

Uitspraak

17 juni 2003
Strafkamer
nr. 02618/01 B
EW/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 12 november 2001, nummer RK01/1345, op een beklag ingediend door:
[betrokkene] (in de bestreden beschikking aangeduid als: [...]), geboren te [geboorteplaats] (Groot-Brittanië) op [geboortedatum] 1937, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
1.1. De Rechtbank heeft het klaagschrift voorzover inhoudende dat aan het rechtshulpverzoek geen uitvoering mag worden gegeven dan nadat daarvoor verlof van de Rechtbank is verkregen gegrond verklaard en voorts de overige verzoeken van de betrokkene afgewezen.
1.2. De bestreden beschikking is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. T.B. Trotman, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en de betrokkene niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn beklag.
2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsvrouwe op de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
3.1. Uit het systeem van Titel X van het Boek IV van het Wetboek van Strafvordering volgt dat het door de Rechtbank te verlenen verlof slechts is vereist ingeval van de afgifte van gegevens die zijn vergaard ter uitvoering van een rechtshulpverzoek. Uit niets blijkt dat de wetgever ook de afgifte van gegevens die reeds (al dan niet met toepassing van dwangmiddelen) waren vergaard in het kader van een onderzoek in een Nederlandse strafzaak, van een voorafgaand rechterlijk verlof afhankelijk heeft willen stellen. Dat brengt mee dat de Officier van Justitie niet het verlof van de Rechtbank behoeft alvorens dergelijke gegevens kunnen worden afgegeven aan de verzoekende buitenlandse autoriteiten.
3.2. Voorts voorziet de wet niet in het doen van beklag tegen het voornemen van de Officier van Justitie tot afgifte van de onder hem berustende gegevens aan de verzoekende buitenlandse autoriteiten, hetgeen onverlet laat dat in het - zich hier niet voordoende - geval waarin de afgifte afhankelijk is gesteld van een rechterlijk verlof, in het kader van de behandeling van dat verlof bezwaar kan worden gemaakt tegen de verlening van het verlof door de rechter.
3.3. Uit het voorgaande volgt dat de Rechtbank de betrokkene ten onrechte heeft ontvangen in zijn klaagschrift en daarop heeft beslist, alsmede dat de Hoge Raad de betrokkene niet kan ontvangen in zijn cassatieberoep tegen de beschikking van de Rechtbank.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juni 2003.