Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
BNB2013/185) dat de naheffingsaanslagen zijn opgelegd door een bevoegde Inspecteur.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Parket bij de Hoge Raad
Belanghebbende kreeg voor de jaren 2010 en 2011 naheffingsaanslagen loonbelasting opgelegd wegens vermoedelijk onjuist opgegeven privégebruik van zakelijke auto's. De Inspecteur gebruikte ANPR-gegevens van de politie om de rittenadministratie te controleren. Belanghebbende betwistte het gebruik van deze gegevens vanwege privacy en wettelijke grondslagen.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de Inspecteur bevoegd was, de rittenadministratie onvoldoende bewijs bood, en dat het gebruik van ANPR-gegevens rechtmatig was. Het Hof stelde dat de Belastingdienst de gegevens ontving via een convenant met de politie en dat artikel 55 AWR Pro een wettelijke basis bood. Het gebruik was proportioneel en niet in strijd met het EVRM.
In cassatie stelde belanghebbende meerdere klachten, waaronder over motivering, bewijs, privacytoetsing en boetes. De Advocaat-Generaal concludeerde dat het Hof niet buiten de rechtsstrijd trad en dat de klachten ongegrond zijn. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde het cassatieberoep ongegrond, bevestigend dat het gebruik van ANPR-gegevens door de Belastingdienst binnen de wettelijke kaders valt en proportioneel is.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; het gebruik van ANPR-gegevens door de Belastingdienst is rechtmatig.