Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was in dienst bij een werkgever die hem in 2010 en 2011 auto’s ter beschikking stelde. De inspecteur legde naheffingsaanslagen loonbelasting en verzuimboetes op wegens privégebruik van deze auto’s, waarbij de kilometeradministratie van belanghebbende werd verworpen op basis van kentekenherkenningsgegevens van de KLPD.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur bevoegd was de aanslagen op te leggen en dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat het privégebruik onder de 500 kilometer bleef. De enkele afwijking in de rittenregistratie, bevestigd door fotomateriaal, leidde tot het oordeel dat de naheffingsaanslagen terecht en correct waren.
Verder zijn de opgelegde verzuimboetes passend en in overeenstemming met wet- en regelgeving, aangezien de rittenadministratie onjuist was. De rechtbank oordeelt ook dat het gebruik van kentekenherkenning niet onrechtmatig was en dat het motiveringsbeginsel niet is geschonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de naheffingsaanslagen en verzuimboetes loonbelasting.