ECLI:NL:HR:2007:AZ2041

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/160HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 407 lid 2 RvArt. 419 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand · 18 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van cassatieberoep wegens gebrek aan precisie en bepaaldheid

Eiseres heeft tegen de Ontvanger van de Belastingdienst een civiele procedure gevoerd over een vordering van € 1.955,03. De kantonrechter verklaarde de dagvaarding nietig, waarna het gerechtshof het vonnis van de kantonrechter vernietigde maar de vordering alsnog afwees. Tegen dit arrest stelde eiseres beroep in cassatie in.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en constateerde dat de door eiseres voorgedragen middelen niet duidelijk maakten tegen welke beslissing of overweging van het hof zij zich richtten, noch waarom deze onjuist of onvoldoende gemotiveerd zouden zijn. Hierdoor ontbrak het aan de vereiste precisie en bepaaldheid van de middelen.

Op grond hiervan verklaarde de Hoge Raad het beroep van eiseres niet-ontvankelijk en veroordeelde haar in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2007.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan precisie en bepaaldheid in de middelen.

Uitspraak

12 januari 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/160HR
MK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.G. Evers,
t e g e n
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/HOLLANDS MIDDEN,
kantoorhoudende te Leiden,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.J. Schenck.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 13 juni 2003 verweerder in cassatie - verder te noemen: de Ontvanger - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd hem bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.955,03.
De Ontvanger heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 1 oktober 2003 de dagvaarding nietig verklaard.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 2 februari 2006 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd en de vordering van [eiseres] afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar beroep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De middelen maken niet duidelijk tegen welke beslissing(en) of overweging(en) van het hof wordt opgekomen en evenmin waarom deze onjuist, onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk zou(den) zijn. Zij ontberen alle zozeer de van een middel van cassatie te vergen precisie en bepaaldheid, dat [eiseres] in haar beroep niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 januari 2007.