Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof bij de onttrekking aan het verkeer van de Volkswagen Polo het criterium van art. 36c Sr niet of onjuist heeft toegepast, althans die maatregel ontoereikend en/of onbegrijpelijk heeft gemotiveerd.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag vrijgesproken van overtredingen van de Opiumwet wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij wist van de aanwezigheid van cocaïne in zijn woning en in de Volkswagen Polo.
Het hof had daarnaast de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen Volkswagen Polo bevolen op grond van artikel 36c Sr, omdat de auto was gebruikt bij het plegen van een strafbaar feit en daarmee het algemeen belang was geschonden.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat de aard van de personenauto zodanig is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. De enkele bijdrage van de auto aan het strafbare feit rechtvaardigt niet zonder nadere motivering onttrekking aan het verkeer.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat betrekking heeft op de onttrekking aan het verkeer van de auto en laat de verdachte vrijgesproken. De zaak wordt teruggegeven voor een afzonderlijke procedure over de teruggave van de auto.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken en onttrekking aan het verkeer van de auto vernietigd.