ECLI:NL:PHR:2016:976

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2016
Publicatiedatum
11 oktober 2016
Zaaknummer
15/01515
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring eenvoudige mishandeling ondanks onduidelijkheid over letsel

Op 6 oktober 2010 gaf verdachte in café [A] te Stroe een kopstoot aan het slachtoffer, waarbij het hof oordeelde dat het slachtoffer letsel had opgelopen. De bewezenverklaring berustte op verklaringen van het slachtoffer en getuigen. De verdediging stelde dat uit de bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat het slachtoffer daadwerkelijk letsel had bekomen.

De Hoge Raad constateerde dat het hof per abuis de zinsnede 'letsel heeft bekomen' niet had geschrapt in de tenlastelegging en bewezenverklaring. Desondanks kon de bewezenverklaring worden gelezen als een eenvoudige mishandeling, waarbij slechts sprake was van pijn en geen letsel. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel omdat de aard en ernst van het bewezenverklaarde niet wezenlijk veranderden door de verbeterde lezing.

De straf van een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week en een geldboete van €700 bleef daarmee in stand. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging van het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden en verwierp het cassatieberoep.

De zaak benadrukt het belang van nauwkeurige bewezenverklaringen en bevestigt dat een onjuiste formulering in de bewezenverklaring niet automatisch leidt tot vernietiging als de kern van het bewezenverklaarde overeind blijft.

De uitspraak geeft tevens inzicht in de toepassing van LOVS-oriëntatiepunten bij mishandeling met alleen pijn als gevolg.

Uitkomst: Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor eenvoudige mishandeling met een voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete.

Conclusie

Nr. 15/01515
Zitting: 20 september 2016 (bij vervroeging)
Mr. P.C. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 12 maart 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “mishandeling”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een (in termijnen te betalen) geldboete van € 700,–, subsidiair veertien dagen hechtenis.
Namens de verdachte heeft mr. M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelklaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd, nu uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het slachtoffer letsel heeft bekomen.
Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op 6 oktober 2010 te Stroe, gemeente Barneveld, in café [A], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), een kopstoot tegen diens gezicht heeft gegeven, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.”
5. De bewezenverklaring rust op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer] (dossierpagina 35 e.v.), zakelijk weergegeven:
Ik was op 6 oktober 2010 in café [A] in Stroe. Die dag kwam de mij bekende [betrokkene 1] ook dat café binnen, samen met een jongen die ik ken als [verdachte]. (...) Kort hierop kregen [betrokkene 2] en [verdachte] een conflict met elkaar. Ik zei toen tegen [verdachte] dat hij even normaal moest doen. Ik zag dat [verdachte] [betrokkene 2] los liet en naar mij toe liep. Ik hoorde [verdachte] tegen mij zeggen wat ik nou moest. Ik zei tegen [verdachte] dat hij normaal moest doen en van mijn maat af moest blijven. Ik zag en voelde dat [verdachte] mij toen plotseling een kopstoot gaf tegen mijn rechterjukbeen. Ik voelde dat het pijn deed.
2. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] (dossierpagina 18 e.v.), zakelijk weergegeven:
Op 6 oktober 2010 was ik samen met [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) in café [A]. Daar kwamen wij [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer]) en [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2]) tegen. (...) Ik hoorde dat er een woordenwisseling tussen [verdachte] en [slachtoffer] ontstond. Op een gegeven moment zag ik dat [verdachte] en [slachtoffer] begonnen te duwen en trekken. (...) Opeens voelde ik dat [verdachte] zich losrukte en ik zag dat hij in de richting van [slachtoffer] liep. Ik denk dat hij verhaal ging halen. [verdachte] ging die kant op en het was direct raak. Ze begonnen direct te vechten.
3. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2] (dossierpagina 52 e.v.), zakelijk weergegeven:
Op 6 oktober 2010 was ik in het café [A] te Stroe. (....) Ik zag dat de onbekende man mij een kopstoot gaf. Ik zag dat [slachtoffer] op stond en naar de onbekende man liep. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat hij normaal en rustig moest doen. Ik zag dat de onbekende man [slachtoffer] aanvloog door hem een kopstoot te geven.”
6. Ten aanzien van de bewezenverklaring heeft het hof voorts het volgende overwogen:
“Overweging met betrekking tot het bewijs
Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.”
7. Terecht wordt geklaagd dat uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het slachtoffer letsel heeft bekomen. Aangenomen kan worden dat het hof per abuis de zinsnede “letsel heeft bekomen en” in de tenlastelegging niet heeft weggestreept en in de bewezenverklaring heeft opgenomen. De Hoge Raad kan deze misslag verbeterd lezen, omdat ook zonder deze zinsnede de bewezenverklaring kan worden gekwalificeerd als eenvoudige mishandeling.
8. In de toelichting op het middel wordt betoogd dat er belang bestaat bij cassatie omdat bij verbeterde lezing “het arrest het vermoeden wekt dat het hof bij de straftoemeting ten nadele van verzoeker acht heeft geslagen op het ten onrechte bewezenverklaarde letsel”. Daarbij wordt gewezen op de LOVS-oriëntatiepunten [1] die ter zake van mishandeling met uitsluitend ‘pijn’ als gevolg een geldboete van € 500,– als oriëntatiepunt geven, en wanneer hierbij tevens ‘enig letsel’ komt kijken, een geldboete van € 750,–.
9. Anders dan de steller van het middel kennelijk meent heeft de verbeterde lezing geen betekenis voor de aard en ernst van het bewezenverklaarde. Zelfs als ervan wordt uitgegaan dat anders dan uit de strafmotivering blijkt het hof oog heeft gehad voor de oriëntatiepunten dan berust de toelichting op het middel op een onjuiste lezing van die oriëntatiepunten. Immers het oriëntatiepunt € 500,– is van toepassing bij: “droge klap of schop (alleen pijn, geen letsel)”. Een kopstoot is anders van aard en ernst. [2] Bij gebreke van enige betekenis voor de ernst en aard van het bewezenverklaarde, behoeft het middel niet tot cassatie te leiden. [3]
10. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in artikel 81 RO Pro bedoelde motivering.
11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
12. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Orientatiepunten-en-afspraken-LOVS.pdf en HR 3 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8838.
2.Het zich bij de stukken bevindende uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 maart 2012 kan aanleiding vormen voor afwijking. Ik wijs bijvoorbeeld op een onherroepelijke veroordeling voor mishandeling in 2007.
3.HR 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5831 en HR 17 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY7770.