ECLI:NL:HR:2006:AY7770
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens kennelijke misslag in bewezenverklaring zonder aantasting aard en ernst
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf wegens het opzettelijk afleggen van een valse verklaring onder ede tijdens een getuigenverhoor bij de rechter-commissaris in een moordzaak. De bewezenverklaring bevatte een kennelijke misslag die betrekking had op het onderdeel waarin verdachte ontkende de daders te kennen.
De Hoge Raad nam deze misslag waar en las de bewezenverklaring met herstel van deze misslag. Omdat deze correctie de aard en ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel niet aantastte, oordeelde de Hoge Raad dat deze kennelijke vergissing geen reden tot cassatie gaf.
Het cassatieberoep werd daarom verworpen. De Hoge Raad vond geen grond om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat verdachte schuldig was aan het afleggen van een valse verklaring onder ede.
De uitspraak werd gedaan door de president en twee raadsheren, waarbij de advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot vier maanden gevangenisstraf blijft in stand.