ECLI:NL:PHR:2016:977

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2016
Publicatiedatum
11 oktober 2016
Zaaknummer
16/00620
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 EUVArt. 28.3 UwArt. 48 SrArt. 140 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van het aanhoudingsbevel in uitleveringsprocedure aan Zwitserland

In deze zaak betreft het een vervolgingsuitlevering aan Zwitserland waarbij de kernvraag was of het aanhoudingsbevel voldeed aan de vereisten van artikel 12 van Pro het EU-verdrag. De advocaat-generaal concludeerde aanvankelijk tot verwerping van het beroep, maar de Hoge Raad stelde hem in de gelegenheid het dossier aan te vullen met het originele aanhoudingsbevel.

Na aanvulling van het dossier met het originele bevel tot aanhouding, dat was verkregen via het Internationaal Rechtshulp Centrum Amsterdam, heeft de rolrechter dit aan de raadsman van de opgeëiste persoon toegezonden en hem de mogelijkheid gegeven om hierop te reageren. Er is geen reactie ontvangen.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel, dat klaagt over het ontbreken van het originele aanhoudingsbevel, faalt nu het originele bevel is overgelegd. Tevens wordt opgemerkt dat de rechtbank niet verplicht is om in haar uitspraak de kwalificatie van de feiten naar Nederlands recht te vermelden. De conclusie is dat het beroep wordt verworpen en de uitlevering kan doorgaan.

Uitkomst: Het beroep tegen de uitleveringsbeschikking wordt verworpen omdat het originele aanhoudingsbevel is overgelegd en voldoet aan de wettelijke eisen.

Conclusie

Nr. 16/00620 U
Zitting: 13 september 2016
Mr. P.C. Vegter
Aanvullende conclusie inzake:
[de opgeëiste persoon]
1. Nadat ik in de onderhavige zaak op 14 juni 2016 had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, heeft de Hoge Raad mij, in zijn arrest van 5 juli 2016, [1] in de gelegenheid gesteld het dossier aan te vullen met een bevel tot aanhouding dat voldoet aan de eis die daaraan wordt gesteld in artikel 12, tweede lid aanhef en onder a, EUV. Tevens heeft de Hoge Raad iedere verdere beslissing aangehouden en de zaak verwezen naar de rolzitting van 23 augustus 2016.
2. Op 16 augustus 2016 heb ik het dossier aangevuld met de originele versie van het bevel tot aanhouding die ik had verkregen van een medewerker van het Internationaal Rechtshulp Centrum Amsterdam.
3. Op 18 augustus 2016 heeft de rolrechter een kopieconform afschrift van de originele versie van het bevel tot aanhouding aan de raadsman van [de opgeëiste persoon] doen toekomen en hem in de gelegenheid gesteld het originele exemplaar van het bevel tot aanhouding ter griffie van de Hoge Raad in te zien. In de begeleidende brief is de raadsman tevens in de gelegenheid gesteld de eerder ingediende schriftuur te wijzigen, aan te vullen dan wel één of meerdere middelen in te trekken. De aan de raadsman gestelde termijn van twee weken zijn verstreken. Van de raadsman is bij de griffie van de Hoge Raad geen reactie ingekomen. Voor de beoordeling van het tweede middel, betekent een en ander het volgende.
4. Het
tweede middelklaagt over het oordeel van de rechtbank dat het door de verzoekende staat overgelegde bevel tot aanhouding voldoet aan de eisen van artikel 12 EUV Pro doordat zich bij de stukken geen origineel bevel tot aanhouding of een authentiek afschrift ervan bevindt.
5. In het dossier bevindt zich inmiddels de originele versie van het bevel tot aanhouding zodat het middel faalt.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG