ECLI:NL:PHR:2016:980
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkheidsverklaring OM wegens onrechtmatig vuurwapengebruik bij aanhouding minderjarige
Op 4 april 2013 werd een minderjarige verdachte verdacht van straatroof te Amsterdam. Tijdens zijn aanhouding schoot een politieambtenaar meermalen gericht op de verdachte, die ongewapend was en geen directe bedreiging vormde. Het hof verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens ernstig en onherstelbaar vormverzuim, omdat het vuurwapengebruik onrechtmatig was en het OM niet direct openheid gaf over het incident, wat het recht op een eerlijk proces zou hebben geschonden.
De verdediging stelde dat het gericht schieten onrechtmatig was en dat het OM bewust informatie achterhield, waardoor het proces ernstig werd geschaad. De advocaat-generaal betoogde dat het vuurwapengebruik rechtmatig was gezien de ernst van het misdrijf en dat het OM ontvankelijk moest blijven. Het hof oordeelde dat het vuurwapengebruik niet proportioneel was en dat het OM met grove veronachtzaming het recht op een eerlijk proces had geschonden.
De Hoge Raad vernietigt dit oordeel van het hof, omdat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het onrechtmatige vuurwapengebruik en het herstel van het vormverzuim het recht op een eerlijk proces daadwerkelijk hebben aangetast. Het achterhouden van informatie kan worden hersteld, zoals hier ook is gebeurd. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling, waarbij het recht op een eerlijk proces centraal blijft staan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug vanwege onvoldoende motivering van het oordeel over niet-ontvankelijkheid van het OM.