In deze zaak heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel. De Hoge Raad verwijst naar de beschikking van 17 december 2014 als aanvangspunt van de cassatietermijn.
De cassatietermijn bedraagt drie maanden vanaf de uitspraakdatum, in dit geval van 17 december 2014 tot 17 maart 2015. Het cassatieberoep is echter pas op 29 januari 2016 ingekomen bij de Centrale Raad van Beroep en vervolgens doorgezonden naar de Hoge Raad, wat betekent dat het beroep te laat is ingesteld.
Verzoeker voerde aan dat sprake zou zijn van een verschoonbare termijnoverschrijding, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit geen bijzondere omstandigheid vormt die een uitzondering op de strikte termijnhandhaving rechtvaardigt. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep.