ECLI:NL:PHR:2017:1009
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor wederrechtelijke vrijheidsberoving en poging zware mishandeling bevestigd met strafvermindering wegens termijnoverschrijding
Op 23 juli 2014 heeft verdachte het slachtoffer wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd door haar in een woning te knevelen, een voorwerp over haar hoofd te plaatsen, met een vuurwapen te dreigen en haar vervolgens in een auto naar Wijchen te vervoeren. De rechtbank Limburg veroordeelde verdachte op 27 juli 2015 tot 30 maanden gevangenisstraf en onttrekking van een inbeslaggenomen wapen aan het verkeer. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bevestigde dit vonnis op 23 december 2015 met tekstuele en inhoudelijke aanvullingen.
Verdachte stelde in cassatie drie middelen voor: een klacht over grondslagverlating door de rechtbank en het hof, een betwisting van het opzet op wederrechtelijke vrijheidsberoving na het aanbieden om het slachtoffer bij een hotel af te zetten, en een klacht over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase. De Hoge Raad verwierp de eerste twee middelen omdat het hof de tenlastelegging niet onjuist heeft uitgelegd en het bewijs voldoende was voor het opzet op vrijheidsberoving.
Het derde middel werd gegrond verklaard vanwege een overschrijding van de inzendtermijn van het dossier naar de Hoge Raad met ruim drie maanden, waardoor de straf verminderd moest worden. De Hoge Raad vond geen andere gronden voor vernietiging en bevestigde het vonnis met strafvermindering. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel aan de benadeelde partij toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling met strafvermindering wegens schending van de redelijke termijn in cassatiefase.