Conclusie
eerste middelhoudt in dat het hof de verwerping van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt, inhoudende dat de bloedsporen niet ten laste van de verdachte voor het bewijs kunnen worden gebruikt, ontoereikend heeft gemotiveerd.
Feiten en omstandigheden
‘geen eenstemmige, afdoende verklaring heeft opgeleverd voor het aantreffen van bloed van het slachtoffer op het nachthemd en hoeslaken’.Deze conclusie is in zoverre juist dat het onderzoek inderdaad geen eenduidig antwoord biedt op vraag naar de aard en ontstaanswijze van de sporen. Niettemin zijn de deskundigen wel eensluidend in hun oordeel over de bewijswaarde van de sporen. Die bewijswaarde ontbreekt!
“Als goed op de foto van de bloedvlek wordt ingezoomd, is te zien dat het stolsel nog intact is en niet uitgesmeerd.”
“... omdat het bloed rondom het stolsel reeds teveel was opgedroogd.”aldus de rechtbank.
tweede middelklaagt dat het hof de verwerping van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging, inhoudende dat geen relatie is vast te stellen tussen de zoektermen en het tenlastegelegde, ontoereikend heeft gemotiveerd.
derde middelluidt dat het hof de verwerping van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging, inhoudende dat het aannemelijk is dat niet verzoekster, maar een onbekende derde de inbraak heeft geënsceneerd en/of het delict heeft gepleegd, ontoereikend heeft gemotiveerd.