ECLI:NL:PHR:2017:1048

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2017
Publicatiedatum
11 oktober 2017
Zaaknummer
16/05765
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 3 Vuurwapenverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens te late schriftuur bij medeplegen moord en poging tot moord

De verdachte werd bij arrest van 9 mei 2016 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba veroordeeld tot achttien jaren gevangenisstraf voor medeplegen van moord, medeplegen van poging tot moord en meerdere overtredingen van de Vuurwapenverordening. Tevens werden inbeslaggenomen wapens en munitie onttrokken aan het verkeer.

Het cassatieberoep werd ingesteld namens de verdachte, waarbij een raadsman een middel van cassatie voorstelde. Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie worden ingediend. De aanzegging was op 12 december 2016 betekend, maar de schriftuur kwam pas op 14 februari 2017 binnen, wat te laat was.

Hierdoor is niet voldaan aan het wettelijke voorschrift, waardoor de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens te late indiening van de schriftuur.

Conclusie

Nr. 16/05765 A
Zitting: 11 juli 2017
Mr. A.E. Harteveld
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 9 mei 2016 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ter zake van de parketnummers P-2013/08624 en P-2014/06430 wegens 1. "medeplegen van moord", 2. "medeplegen van poging tot moord" 3. "overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening" en ter zake van parketnummer P-2014/02890 wegens "overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening" en ter zake van parketnummer P-2015/02780 wegens "overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening", veroordeeld tot achttien jaren gevangenisstraf. Tevens heeft het hof de in de zaak met parketnummer P-2014/02890 inbeslaggenomen revolver en munitie onttrokken aan het verkeer.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. P.M.E. Mohamed, advocaat te Oranjestad, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 12 december 2016 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie wordt ingediend. De schriftuur is eerst binnengekomen op 14 februari 2017.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG