ECLI:NL:PHR:2017:1048
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens te late schriftuur bij medeplegen moord en poging tot moord
De verdachte werd bij arrest van 9 mei 2016 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba veroordeeld tot achttien jaren gevangenisstraf voor medeplegen van moord, medeplegen van poging tot moord en meerdere overtredingen van de Vuurwapenverordening. Tevens werden inbeslaggenomen wapens en munitie onttrokken aan het verkeer.
Het cassatieberoep werd ingesteld namens de verdachte, waarbij een raadsman een middel van cassatie voorstelde. Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie worden ingediend. De aanzegging was op 12 december 2016 betekend, maar de schriftuur kwam pas op 14 februari 2017 binnen, wat te laat was.
Hierdoor is niet voldaan aan het wettelijke voorschrift, waardoor de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens te late indiening van de schriftuur.