Conclusie
middelstelt de vraag aan de orde of dit terecht is.
in beginselgeen wapen in de zin van de WWM zijn, maar onder omstandigheden toch als wapen in de zin van de WWM kwalificeren. Als voorbeeld wordt de strafbaarheid op grond van categorie IV onder 7° genoemd. [9] Daaruit kan worden afgeleid dat art. 2 lid 1 categorie Pro I onder 1° en 2° WWM (anders dan het middel kennelijk tot uitgangspunt neemt, zie toelichting onder 1.16 en 1.17) geen limitatieve opsomming geeft van opvouwbare messen waarvan het voorhanden hebben strafbaar is op grond van de WWM. Daarom is er mijns inziens geen reden om strafbaarheid op grond van categorie I onder 4° uit te sluiten als het gaat om een opvouwbaar mes dat niet onder categorie I onder 1° en 2° WWM valt.