Conclusie
middel
1. Inhoud van het klaagschrift
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak ging het om een klaagschrift van een B.V. tegen beslaglegging op onroerende zaken in het kader van een ontnemingsprocedure tegen haar bestuurder en enig aandeelhouder. Het hof verklaarde het klaagschrift niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden na de onherroepelijke ontnemingsuitspraak was ingediend.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de termijn van drie maanden begint te lopen vanaf het moment dat de vervolgde zaak onherroepelijk is geëindigd, in dit geval de ontnemingsuitspraak van 27 mei 2011. Het feit dat de klaagster pas in 2014 kennis nam van de beslaglegging deed hier niet aan af, omdat de kennisneming bij de bestuurder van de B.V. reeds in 2008 had plaatsgevonden en aan de B.V. kon worden toegerekend.
De beslaglegging was rechtsgeldig betekend en ingeschreven in de openbare registers, waardoor de kennisneming als voldoende werd beschouwd. De Hoge Raad verwierp ook het verweer van verontschuldigbare termijnoverschrijding wegens late kennisneming. Daarmee bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het klaagschrift in stand.
Uitkomst: Het klaagschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn van drie maanden na onherroepelijke ontnemingsuitspraak.