ECLI:NL:PHR:2017:1079
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens beëindigd beslag op personenauto
Klaagster had bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een beklag ingediend tegen het beslag op haar personenauto, een Golfwagen Variant met kenteken AA-00-BB. De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond. Vervolgens stelde klaagster cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft inlichtingen ingewonnen bij het openbaar ministerie waaruit bleek dat de inbeslaggenomen auto op 20 januari 2017 aan klaagster was teruggegeven. Hierdoor is het beslag op grond van artikel 134 lid 2 onder Pro a van het Wetboek van Strafvordering beëindigd.
Omdat het beslag is opgeheven, heeft klaagster geen belang meer bij het cassatieberoep. Ook het door klaagster aangevoerde belang, namelijk vergoeding van kosten van rechtsbijstand in de procedure, is onvoldoende om ontvankelijkheid te rechtvaardigen. De Hoge Raad volgt hiermee eerdere jurisprudentie waarin dergelijke belangen niet als rechtens te beschermen belangen worden beschouwd.
Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en het beslag niet onrechtmatig werd bevonden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beslag op de auto is beëindigd en klaagster geen belang meer heeft.