ECLI:NL:PHR:2017:1080
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet-naleving van art. 51 Sv bij hoger beroep
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep. De kern van het geschil is dat niet is voldaan aan het voorschrift van artikel 51, tweede volzin, van het oude Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat een afschrift van de dagvaarding aan de raadsman wordt gezonden.
De raadsman had een stelbrief per fax verzonden aan het faxnummer van de strafgriffie van het hof, maar deze brief is vermoedelijk aldaar in het ongerede geraakt. Er is geen ontvangstbevestiging van het hof overgelegd. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep verschenen noch verdachte noch zijn raadsman, waarna het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaarde.
De Hoge Raad oordeelt dat het voorschrift van art. 51 Sv Pro van groot belang is en dat de niet-nakoming ervan de geldige behandeling van de zaak verhindert. Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe behandeling.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het naleven van procedurele voorschriften ter bescherming van de rechten van de verdachte en zijn raadsman in het strafproces.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling wegens niet-naleving van art. 51 Sv.