Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste klachtis vervat in 3.1.4 van het onderdeel (in 3.1.1-3.1.3 is geen klacht opgenomen). Geklaagd wordt dat het hof heeft miskend dat er ten aanzien van de LA en de SPA sprake is van samenhangende overeenkomsten die beide een arbitraal beding bevatten, waardoor de op grond van die overeenkomsten gerezen geschillen, mede gelet op de bedoeling van de partijen, in één arbitrageprocedure kunnen worden beslecht. De enkele omstandigheid dat de LA en de SPA een duidelijk zelfstandig karakter hebben, doet volgens de klacht daaraan niet af. Het LA-Tribunaal heeft derhalve geen beslissing gegeven buiten de grenzen van zijn opdracht door de op grond van de LA en de SPA gerezen geschillen in één arbitrage (de LA-arbitrage) te beslechten, waarmee ook het gemak en de efficiency zijn gediend, aldus de klacht.
tweede klachtis te vinden in 3.1.5 van het onderdeel. Volgens de klacht is het oordeel van het hof onbegrijpelijk dat partijen hebben bedoeld dat het LA-Tribunaal niet de bevoegdheid zou hebben om over geschillen in verband met de SPA te beslissen. De klacht betoogt dat partijen in beginsel hebben ingestemd met uitbreiding van de bevoegdheid van het LA-Tribunaal, hetgeen wordt ondersteund door de ‘consolidation clause’ in de DSPA, die erop wijst dat partijen hebben bedoeld om samenhangende geschillen in één arbitrale procedure te beslechten. Niet valt in te zien, gelet op de ‘consolidation clause’ in de DSPA die ontbreekt in de LA-overeenkomst, waarom partijen het wel aanvaardbaar zouden hebben geacht dat het SPA-Tribunaal geschillen op grond van de LA zou kunnen beslechten, maar andersom niet, aldus de klacht.
derde klachtonder 3.1.6 van onderdeel 2 betoogt dat het SPA-Tribunaal de beslissing van het LA-Tribunaal in zijn eindvonnis materieel in stand heeft gelaten waardoor geen aanleiding bestaat om tenuitvoerlegging van het vonnis van het LA-Tribunaal te weigeren. Bovendien heeft het SPA-Tribunaal zijn opdracht geschonden door te onderzoeken of het LA-Tribunaal bevoegd was.