Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
eerste middelis gericht tegen rov. 3.3 en klaagt dat het hof ten onrechte tot de uitleg is gekomen die het aan de veroordeling in het vonnis van 13 juli 2015 heeft gegeven. Deze algemene klacht is nader uitgewerkt onder 3.1 - 3.7.
onder 3.1 - 3.3dient ter inleiding.
Onder 3.4wordt geklaagd dat het hof een te ruime strekking aan de veroordeling heeft gegeven, aangezien de voorzieningenrechter in rov. 5.12 van het vonnis van 13 juli 2015 het ‘nader concretiseren’ specifiek heeft betrokken op “de plannen met betrekking tot de verhuur aan [B] van kavel 2 en geïnteresseerde huurders in staat te stellen zich een beeld te vormen van de andere kavels van het ADM-terrein”.
voor bezichtigingen. Volgens de gebruikers hadden zij geen enkele reden in ernst te twijfelen aan de draagwijdte van deze veroordeling. De uitwerking van de klacht
onder 3.7besluit dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting over de bij de uitleg van een veroordeling toe te passen maatstaven, dan wel niet begrijpelijk heeft gemotiveerd hoe het hof op grond van deze maatstaven tot zijn uitleg van het vonnis van 13 juli 2015 is gekomen.
klaarblijkelijkemisslag een grond kan opleveren om in te grijpen in de executie van een vonnis. [10] Op zichzelf is het de rechter toegestaan een verbod of bevel ruim of in algemene termen te formuleren. Een ruim of algemeen geformuleerd bevel of verbod dient echter wel te voldoen aan de eis dat het een voldoende afbakening behelst van hetgeen daar wel of niet onder valt, waarbij het aankomt op uitleg van het dictum. Aan deze maatstaf getoetst, acht ik niet onjuist noch onbegrijpelijk dat het hof in rov. 3.5 heeft geoordeeld “dat de veroordeling in het vonnis van 13 juli 2015 zoals hiervoor uitgelegd” niet berust op een kennelijke juridische of feitelijke misslag.