Conclusie
tweede middelbespreken. Dit middel bevat de klacht dat het hof wat betreft de aan de verdachte en zijn medeverdachten tenlastegelegde gedragingen uit de gebezigde bewijsmiddelen niet heeft kunnen afleiden dat deze gedragingen ‘openlijk’ in de zin van art. 141, eerste lid Sr zijn verricht.
eerste middel. Dit middel houdt in dat het hof ten onrechte heeft nagelaten te responderen op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de raadsman van de verdachte. Dat standpunt houdt, kort gezegd, in (i) dat de in het dossier genoemde personen die in de nacht van 15 op 16 juli 2015 door de politie in het bosgebied bij detentiecentrum Kamp Zeist zijn aangetroffen op twee verschillende tijdstippen in twee verschillende groepjes naar het detentiecentrum zijn gelopen, (ii) dat de verdachte deel uitmaakte van het groepje dat zich als tweede in de richting van het detentiecentrum bewoog, (iii) dat dit tweede groepje het hekwerk van het detentiecentrum pas zo kort voor de aanhoudingen van de verdachte en zijn medeverdachten kan hebben bereikt dat leden van dit groepje onmogelijk zelf nog vernielingen hebben kunnen aanrichten en (iv) dat er mede daardoor vanuit moet worden gegaan dat de tenlastegelegde vernielingen door het eerste groepje zijn gepleegd en dat dit groepje daarbij afzonderlijk opereerde.