ECLI:NL:PHR:2017:1163
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de bindende werking van de WCAM-overeenkomst bij effectenlease en vernietigingsovereenkomsten
In deze zaak staat centraal of een echtgenoot die geen gebruik maakt van de opt-outregeling onder de WCAM-overeenkomst, toch een beroep kan doen op vernietiging van effectenleaseovereenkomsten gesloten door de andere echtgenoot met Dexia. De feiten betreffen zes leaseovereenkomsten uit 2000, waarbij de echtgenoot als lessee optrad en Dexia als wederpartij. De echtgenote heeft geen schriftelijke toestemming gegeven voor deze overeenkomsten en heeft later een vernietigingsverklaring ingediend op grond van artikel 1:89 BW Pro.
De rechtbank Amsterdam verklaarde de leaseovereenkomsten vernietigd en veroordeelde Dexia tot terugbetaling. Het hof Amsterdam vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de echtgenote gebonden is aan de WCAM-overeenkomst, omdat zij geen gebruik heeft gemaakt van de opt-outregeling. Dit betekent dat haar beroep op vernietiging niet meer mogelijk is. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de WCAM-overeenkomst een verbindend verklaarde vaststellingsovereenkomst is die ook derden bindt, ook al hebben zij geen invloed gehad op de inhoud.
De Hoge Raad wijst erop dat de onzekerheid over de rechtsgeldigheid van de effectenleaseovereenkomsten door de WCAM-overeenkomst wordt weggenomen en dat de echtgenote als gerechtigde onder deze regeling valt. Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het middel faalt in zijn betoog dat de echtgenote niet gebonden zou zijn aan de WCAM-overeenkomst. De Hoge Raad gaat niet in op klachten die niet in het middel zijn opgenomen. Hiermee wordt bevestigd dat de effectenleaseovereenkomsten niet vernietigd kunnen worden door de echtgenote zonder gebruik van de opt-out.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres is gebonden aan de WCAM-overeenkomst zonder mogelijkheid tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten zonder opt-out.