Conclusie
1.Feiten en procesverloop
tijdstipte registreren met ingang waarvan een verzekering dekking biedt. Slechts een ingangs
datumkan worden geregistreerd. [3]
2.De prejudiciële vragen
3.Bespreking van de prejudiciële vragen
aanvankelijk gevestigdedekking wordt ontkend. Noch de formulering noch de strekking van de bepaling wijst erop dat zij mede betrekking zou hebben op het ingangstijdstip van de verzekering. Een andere uitleg van art. 11 lid 1 WAM Pro lijkt mij zelfs niet goed mogelijk. Er bestaat geen verband tussen de regel van art. 11 lid 1 WAM Pro en de registratie van het sluiten van de verzekering op grond van art. 13 lid 1 onder Pro a WAM. Dat verband is er reeds niet in historische zin, omdat art. 11 lid 1 WAM Pro wél berust op de Gemeenschappelijke bepalingen behorende bij de Benelux-Overeenkomst betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen [13] en art. 13 lid 1 onder Pro a WAM níét. De Gemeenschappelijke bepalingen kennen uitsluitend een verplichting tot mededeling door de verzekeraar van de beëindiging, de nietigverklaring, de ontbinding en de schorsing van de verzekering of van de dekking, [14] en niet ook een verplichting tot mededeling van het sluiten van de overeenkomst. Onze nationale wetgever heeft terecht ingezien dat in verband met de controle op de naleving van de verzekeringsplicht en in het belang van het verstrekken van juiste inlichtingen aan benadeelden, wezenlijk is dat registratie van het sluiten van de verzekering plaatsvindt. [15] Dat heeft hem niet gebracht tot een andere formulering van art. 11 lid 1 WAM Pro (daargelaten of dit in verband met de verplichtingen uit hoofde van de Benelux-Overeenkomst zou zijn toegelaten). Het heeft hem wel gebracht tot de opneming in art. 13 WAM Pro van een verplichting tot kennisgeving van het sluiten van een WAM-verzekering en tot een stelsel van registratie van zulke kennisgevingen. Daarover onder 3.7 e.v. nader.
iederverweer van de WAM-verzekeraar strekkende ten betoge dat ten tijde van de schadeveroorzakende gebeurtenis de verzekering nog niet van kracht was, ontoelaatbaar is en niet slechts het verweer dat betrekking heeft op de beperkte tijd die verloopt tussen het uur en de minuut op de dag waarop de verzekering ingaat en het begin van die kalenderdag. Anders gezegd, die opvatting zou er noodzakelijk toe leiden dat een WAM-verzekeraar een ‘voorrisico’ loopt voor álle schade die voorafgaand met het motorrijtuig is veroorzaakt en waarvoor de verzekeringnemer als bezitter van dat motorrijtuig aansprakelijk is, zonder enige beperking. Die opvatting is absurd, wordt door niemand verdedigd en zou het gevaar oproepen dat verzekeraars in verband met dat voorrisico niet bereid zullen zijn een WAM-verzekering af te sluiten met een persoon die reeds daaraan voorafgaand bezitter van het te verzekeren motorrijtuig was.
geenbetrekking heeft op het al dan niet (reeds of nog) bestaan van de verzekeringsovereenkomst. [17] Anders gezegd, de toepasselijkheid van die regel veronderstelt het bestaan van een verzekeringsovereenkomst, en is dus niet van toepassing in een geval waarin er (nog) geen verzekering is. [18]
realtimeregistratie van WAM-verzekeringen voor ogen. Ik citeer de Memorie van Toelichting bij het toenmalige ontwerp van wet: [23]
zuiverderbeeld zal geven met betrekking tot de nakoming van de verzekeringsplicht.’ (cursivering toegevoegd)
een doelmatiger en betrouwbaarder informatieverschaffingomtrent de nakoming van de verzekeringsplicht, welke niet alleen voor de opsporingsambtenaren, maar ook voor de benadeelden van groot belang zullen zijn.’ (cursivering toegevoegd)
realtime. Voor benadeelden betekent dit dat raadpleging van het RDW-register voor hen geen volledige zekerheid kan verschaffen over de vraag of zij op de voet van art. 6 WAM Pro de in het register vermelde WAM-verzekeraar tot schadevergoeding zullen kunnen aanspreken.
nietverdedigbaar. Deze lezing brengt het zich in de beide zaken voordoende geval dat de WAM-verzekering na de schadeveroorzakende gebeurtenis maar wel op dezelfde kalenderdag is afgesloten, onder bij de in art. 13 lid 7 WAM Pro vermelde uitzondering dat de verzekeraar aantoont dat de registratie van de verzekering ten onrechte is geschied. Ik meen dat deze lezing zowel geforceerd is, als tot onjuiste uitkomsten leidt. Ze is geforceerd omdat de registratie van de verzekering niet ten onrechte is geschied; die registratie is op zichzelf geheel terecht geschied. Dezelfde lezing leidt ook tot onjuiste uitkomsten. Stellen wij ons voor dat na de schadeveroorzakende gebeurtenis nog met het motorrijtuig kan worden gereden en dat zich onderweg op dezelfde dag, maar nu na het afsluiten van de verzekering, een
nieuweschadeveroorzakende gebeurtenis voordoet. Ik zie geen enkele reden op grond waarvan de verzekeraar zijn aansprakelijkheid voor die nieuwe gebeurtenis zou kunnen ontkennen. Indien we aannemen dat de verzekeraar er zich op kan beroepen dat de registratie van de verzekering ten onrechte is geschied, zou dat echter niettemin de uitkomst zijn.
voor die categorie van gevallenslechts nog bereid zullen zijn tot het aangaan van een verzekering met ingang van de volgende kalenderdag. Dat is uiteraard een veel minder ernstig effect dan door de rechtbank benoemd. Ook dát effect is intussen ongewenst, omdat het ertoe leidt dat spijtoptanten onder de onverzekerde rijders, veelal een paar uur langer zonder WAM-verzekering aan het verkeer zullen deelnemen.
Veranlassungsprinzip, [37] volgens welke bescherming tegen rechtsschijn plaatsvindt indien de partij ten koste van wie die bescherming gaat, de schijn door haar doen of nalaten in het leven heeft geroepen. Op zichzelf is het waar dat de rechtsschijn die, zo men wil, [38] van het RDW-register uitgaat, mede naar aanleiding van de melding van het sluiten van de verzekering door Bovemij respectievelijk Reaal is ontstaan. De crux is echter de onvolkomenheid in de wijze waarop het register thans is georganiseerd, namelijk met een registratie op alleen de kalenderdag. Dat is iets wat Bovemij noch Reaal kan worden verweten. Ook zie ik niet in waarom die onvolkomenheid volgens de in het verkeer geldende opvattingen voor hun rekening zou moeten komen. Waar benadeelden tegen de rechtsschijn die van het RDW-register uitgaat niet worden beschermd, is er het vangnet van het Waarborgfonds. [39] Dat past bij de doelstelling van dat fonds.