Conclusie
middel
(I) Een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verbalisant [verbalisant], opgemaakt op 12 februari 2013, waarin is vermeld dat de bestuurder van een personenauto met kenteken [AA-00-BB] op 1 oktober 2012 de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom met 52 km per uur heeft overschreden. Dit motorvoertuig bleek volgens de opgave van de Rijksdienst voor het Wegverkeer dan wel uit een ingesteld nader onderzoek toe te behoren aan de verdachte, waarbij als bezoekadres [a-straat 1], [vestigingsplaats] staat vermeld.
(II) Een inleidende dagvaarding om op 3 december 2013 te verschijnen ter terechtzitting bij de kantonrechter te Rotterdam. Uit de akte van uitreiking blijkt dat de dagvaarding op 13 september 2013 niet kon worden uitgereikt, omdat er niemand aanwezig of bereid was de brief aan te nemen. Vervolgens is op 14 november 2013 een afschrift van de dagvaarding verzonden aan het adres [a-straat 1], [vestigingsplaats]. Tevens is de brief uitgereikt aan de griffier.
(III) Een aantekening mondeling vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 december 2013, waarin de verdachte bij verstek is veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van 780,00 euro.
(IV) Een akte instellen hoger beroep, gedateerd op 27 november 2014.
(V) Een dagvaarding van verdachte in hoger beroep te verschijnen op 19 maart 2015 bij het gerechtshof te Den Haag, geadresseerd aan [verdachte], t.a.v. [betrokkene 1], [a-straat 1], [vestigingsplaats]. Aan die dagvaarding is voorts een uittreksel van de Kamer van Koophandel gehecht, dat is gedateerd op 23 januari 2015, en waarin als bestuurders staan opgenomen: [betrokkene 1], geboren [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats], directeur per 19 december 2013 en [betrokkene 2], geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats], directeur per 19 december 2013. Uit de akte van uitreiking blijkt dat de dagvaarding op 29 januari 2015 aan de [a-straat 1] te Rotterdam is uitgereikt aan [betrokkene 3], die verklaarde in dienstbetrekking te zijn van geadresseerde en bereid te zijn de brief te bezorgen.
(VI) Een proces-verbaal ter terechtzitting van de meervoudige kamer voor strafzaken bij het gerechtshof Den Haag van 19 maart 2015, inhoudende dat het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd wordt geschorst naar aanleiding van een reeds op voorhand toegewezen aanhoudingsverzoek van de raadsman van de verdachte.
(VII) Een oproeping van verdachte in hoger beroep om te verschijnen op 25 juni 2015 bij het gerechtshof Den Haag, geadresseerd aan [verdachte], [a-straat 1], 3072 te Rotterdam. Aan de oproeping is een brief met datum 18 juni 2015 gehecht van het ressortsparket te Den Haag aan Politiebureau Feijenoord-Ridderster, inhoudende het verzoek of de politie voor de uitreiking van de oproeping van de bestuurder van [verdachte] zou kunnen zorgdragen, en dat het daarbij van belang is dat de verdachte de oproeping persoonlijk in ontvangst neemt en daarvoor tekent op de bijgaande akte [van uitreiking]. Voorts wordt er in die brief op gewezen dat de verdachte een tweede handtekening dient te zetten waarmee hij verklaart afstand te doen van de 10 dagen termijn, nu de zitting op 25 juni 2015 plaatsvindt. Tot slot staat in deze brief vermeld het verzoek dat indien de bestuurder van [verdachte] niet aanwezig is, ‘dan graag de akte retour met betreffende opmerking (wie u wel heeft aangetroffen/ huis afgebroken/ andere bewoners, etc.)’. De eveneens aan de oproeping gehechte akte van uitreiking, vermeldt dat de oproeping op maandag 22 juni 2015 aan de [a-straat 1] te Rotterdam door een hoofdagent van de politie te Rotterdam is uitgereikt aan office manager [betrokkene 3], die de akte ‘namens [de verdachte]’ voor ontvangst heeft getekend. Tevens heeft zij op voornoemde akte van uitreiking getekend voor afstand van de termijn van 10 dagen, welke moet liggen tussen de dag van betekening van de dagvaarding en de dag van de terechtzitting.
(VIII) Een afschrift van de voormelde oproeping geadresseerd aan de raadsman van de verdachte, mr. drs. J.J.O. Zandt, advocaat te Amsterdam.
(IX) Een proces-verbaal ter terechtzitting van de enkelvoudige kamer voor strafzaken bij het gerechtshof Den Haag van 25 juni 2015, inhoudende onder meer dat het hof, gelet op de betekeningsstukken in het dossier, verstek verleent tegen de niet-verschenen verdachte en de advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte op grond van artikel 416 lid 2 Sv Pro niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend en niet ter terechtzitting is verschenen.
(X) Een aantekening mondeling arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 juni 2015, houdende de niet-ontvankelijk verklaring van de verdachte in het hoger beroep.