Conclusie
eerste middelklaagt over de motivering van de opgelegde straf, mede gezien in het licht van een ter terechtzitting in hoger beroep ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt als bedoeld in art. 359, tweede lid, tweede volzin, Sv.
Oplegging van straf en/of maatregel
eerste middelfaalt daarmee in alle onderdelen.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte een proeftijd van drie jaren heeft opgelegd.
De proeftijd bedraagt in de gevallen bedoeld in artikel 14c, eerste lid en tweede lid, onder 3° en 5°, ten hoogste twee jaren en in de overige gevallen ten hoogste drie jaren. De proeftijd kan ten hoogste tien jaren bedragen indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.”
Toepassing van artikel 14a geschiedt onder de algemene voorwaarden dat: