“De verdachte verklaart, nadat zij in de zaken van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] als getuige is gehoord - zakelijk weergegeven - als volgt:
(…)
Over mijn persoonlijke omstandigheden kan ik het volgende vertellen. Sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis ga ik naar de reclassering. Het gaat nu goed met mij. Ik werk als grondstewardess. Ik doe sindsdien ook vrijwilligerswerk. Ik heb het dames- en meidenvoetbal bij de club opgezet. Ik heb een aanbieding gekregen van de KNVB om vanaf september voor het Jeugdplan Nederland meisjes te gaan scouten in de regio [Q]. Ik heb aan de hogeschool te Leiden een opleiding mediation afgerond. Ik wil graag mediation in de sport en onderwijs gaan doen. Ik heb ook een dienstverband gekregen bij de gemeente [R], onderdeel sport. Dit betreft het begeleiden van de naschoolse opvang en dan ook weer in het kader van het meidenvoetbal. Ik ben een alleenstaande moeder. Ik zorg alleen voor mijn zoontje. Wij zijn bezig met het afronden van [D]. Via school heeft hij een emotietraining gehad. Ik ben wel erg geschrokken van het telefoontje van afgelopen donderdag. Ik was eigenlijk van plan om vandaag niet te komen. Ik heb begrepen dat de Albanees mogelijk niet meer in leven is. Hij is in ieder geval niet meer in mijn leven.
Na mijn detentie was het heel moeilijk voor mijn zoontje. Ik had het advies om hem op sport te doen. Daarom ben ik ook vrijwilligerswerk op de club gaan doen. Mijn zoontje heeft een ongeluk gehad. Hij heeft daardoor contact gehad met de politie. Hij staat nog onder medische behandeling. In maart 2015 ben ik aangenomen als grondstewardess. Ik heb veel moeite moeten doen om deze baan te krijgen. Het is ook moeilijk om een baan te vinden waarbij je ook voor je kunt kind zorgen. Een gevangenisstraf zou alles doorkruisen. Ik sta positief tegenover een werkstraf.
(…)
De verdachte en de raadsman voeren het woord tot verdediging, waarbij de raadsman onder meer aanvoert:
Ik wil beginnen met het noemen van één van de grootste fraude zaken van de laatste tijd in Nederland. Daarvan werd gezegd dat de interne organisatie niet goed op orde was en daardoor konden de misdragingen plaatsvinden. Onze minister van financiën, de heer Dijsselbloem heeft dit een schaamteloze vorm van fraude genoemd. Het betrof de fraude van de Rabobank in de Libor affaire. De Rabobank heeft met het openbaar ministerie in Nederland een schikking getroffen voor 70 miljoen euro. In die zaak is in ieder geval niemand in Nederland voor de rechtbank gebracht.
Een andere zaak is die van KPMG, die jaarrekeningen moet controleren en ervoor moet zorgen dat cijfers en getallen kloppen. KPMG moest de boeken van Ballast Nedam controleren. KPMG heeft de fraude bij Ballast Nedam gewoon laten plaatsvinden. KPMG heeft de zaak voor 7 miljoen geschikt. Uiteindelijk heeft er geen vervolging plaatsgevonden van de personen die daarbij betrokken zijn geweest.
Cliënte wordt verweten dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen en valsheid in geschrifte. Hetgeen cliënte heeft gedaan is verwijtbaar en er is geen enkele rechtvaardiging voor dat cliënte zo heeft gehandeld. Dat cliënt van alle verdachten het langst in voorarrest heeft gezeten, vind ik begrijpelijk. De vraag die vandaag wel moet worden gesteld is of cliënte nog terug het gevang in moet. Zij heeft reeds een halfjaar in voorarrest doorgebracht. Ik denk dat dit het laatste incident is geweest waar cliënte bij betrokken is geweest.
Cliënte werkte vroeger als stewardess. Zij heeft dat werk tot 11 september 2001 gedaan. Op die datum vond de beruchte aanslag in New York plaats. Cliënte was destijds in New York. Zij is daarop gestopt met het werken als stewardess. Daarna heeft zij verschillende baantjes gehad, totdat zij bij de gemeente Tiel terecht kwam. Het eerste jaar dat cliënte bij de gemeente Tiel werkte verliep zonder noemenswaardige incidenten. Zij had nog ideeën naar voren gebracht hoe het werk beter zou kunnen worden gestructureerd, maar daar werd niets meegedaan. Cliënte raakte daardoor gedesillusioneerd. Zij kreeg een verkeerde vriend. Die vriend heeft haar op het idee gebracht en zelfs aangestuurd om dit te gaan doen. Er heeft een uitgebreid onderzoek plaatsgevonden. Cliënte heeft de facturen in het systeem van de gemeente ingebracht, maar er is geen enkele indicatie dat zij de facturen heeft opgesteld. Mocht er iets misgaan dan was cliënte de eerste persoon die daar op aangesproken zou worden. Cliënte is niet degene geweest die het geheel heeft aangestuurd, in ieder geval is daarvan niets gebleken. De spin in het web zijn meestal de personen die buitenschot blijven. Zij had juist de grootste pakkans. In het algemeen zijn dat in het strafrecht juist de personen die iets minder hard worden aangepakt. Het gaat om zeer grote geldbedragen. Cliënte heeft ook voordeel genoten. Het is echter niet zo dat zij het grootste deel heeft genoten.
Ik ben blij dat er in het dossier een rapportage van de reclassering en een rapportage van een psycholoog liggen. Ik verwijs naar pagina 6 van het reclasseringsrapport waaruit blijkt dat cliënte vaak aan anderen denkt en veel meer moet leren aan zichzelf te denken. Zij heeft als kind al voor haar jongere broertjes en zusjes moeten zorgen. Zij heeft hen moeten “pleasen”. Net zoals zij in deze zaak haar vriend ook heeft willen “pleasen”. Dit is volgens mij de basis voor de problemen van cliënte. Ik vind het van belang om te vermelden dat cliënte tijdens haar detentie al trainingen is gaan volgen om steviger in haar schoenen te staan, met name op dit gebied. Na de detentie is cliënte daarmee doorgegaan. Zij heeft na de schorsing van de voorlopige hechtenis veelvuldig contact met de reclassering onderhouden. Ik heb van de reclassering een e-mail ontvangen waarin wordt aangegeven dat zij zich voorbeeldig heeft gehouden aan de opgelegde schorsingsvoorwaarden en inzicht heeft gegeven in haar sociaalmaatschappelijke positie en geambieerde ontwikkelingen alsook in haar financiële handel en wandel. Op geen enkel moment is er sprake geweest van obstructie of onwelwillendheid. De meldplicht is afgeschaald van een keer per twee weken naar één keer per vier weken. Ik krijg hieruit het beeld dat cliënte keihard aan zichzelf heeft gewerkt. Het openbaar ministerie vraagt u cliënte terug het gevang in te plaatsen. Hoe gaan wij dan om met de positieve ontwikkelingen die cliënte de afgelopen tijd heeft bereikt. Door haar terug het gevang in te sturen, wordt cliënte gelijk weer teruggezet in een criminele sfeer.
Cliënte heeft met veel moeite een arbeidscontract afgesloten met een nieuwe werkgever. De maatschappij heeft er heel veel belang bij dat cliënte met haar achtergrond haar baan behoudt. Het behouden van de baan is van belang bij de afbetaling van de schade aan de gemeente. Zij heeft schade veroorzaakt en wil die schade ook vergoeden.
Cliënte heeft de afgelopen periode zelf contact gezocht en onderhouden met een psycholoog voor haar en haar zoontje bij [D]. Ook van de psycholoog heb ik een e-mail ontvangen, welke ik aan het hof zal overleggen. Uit de e-mail blijkt dat cliënte pedagogisch gezien onmachtig was waardoor een intensieve gezinsbehandeling geïndiceerd was. Ondanks de somberheidsklachten deed cliënte haar uiterste best om het beste voor haar zoontje te kunnen betekenen. De detentie is voor haar een zeer traumatische ervaring geweest en de angstklachten van haar zoontje kunnen daaruit verklaard worden. Door de behandeling is cliënte gegroeid in haar opvoedvaardigheden en kan zij beter vanuit haar zoontje denken. Hierdoor is er een stabiel opvoedingsklimaat ontstaan. Ik hecht er waarde aan nog op te merken dat de psycholoog stelt dat [betrokkene 5], het zoontje van cliënte, de hulp van cliënte nodig heeft om zich de komende periode adequaat te kunnen blijven ontwikkelen. Vanuit een detentiesituatie kan dat niet. Het opleggen van een gevangenisstraf heeft als onbedoeld neveneffect dat ook andere personen worden gestraft. Er dient in deze zaak rekening te worden gehouden met dat effect.
Het zoontje van cliënte heeft door een vuurwerkincident opnieuw een trauma opgelopen. Hij heeft oog- en oor- en handbeschadiging opgelopen. Ook hiervoor is het zoontje onder behandeling. Cliënte speelt als moeder daarin een belangrijke rol om dit trauma te kunnen verwerken. Mocht u cliënte terugsturen het gevang in dan kan zij haar zoontje hierin niet ondersteunen.
Cliënte probeert op het maatschappelijk vlak ook het een en ander te doen. Zo werkt zij als vrijwilliger bij de voetbalclub [E], de voetbalscouting en nog veel meer. Vraag is wat je met het opleggen van een straf wilt bereiken en wat bereik je daar feitelijk mee. Cliënte heeft aangegeven dat zij wil veranderen en heeft daarin ook al stappen ondernomen. Uit het speciaal preventief oogpunt is het maar de vraag of u zou moeten opleggen wat het openbaar ministerie heeft geëist. Het openbaar ministerie verwijst daarbij naar de oriëntatiepunten en geeft dan aan dat dit de straf is die normaal zou moeten worden opgelegd. Mijn standpunt is dat het openbaar ministerie u veel minder ruimte geeft dan u daadwerkelijk heeft. Als eerste is het zo dat er bij cliënte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens. Op basis daarvan dient er minder snel te worden overgegaan tot het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Verder vind ik van belang dat zij als jong kind na de scheiding van haar ouders hele nare ervaringen heeft gehad. Zij is in die periode misbruikt. Het is voor haar daarom extra moeilijk om van haar kind gescheiden te zijn. Zij heeft daarom tijdens haar detentie veelvuldig contact gehad met een psycholoog en met Humanitas. Ik denk dat je bij iemand die tijdens het voorarrest al heeft laten zien aan zichzelf te willen werken en na die detentie daarmee is doorgegaan, kunt afvragen of het opleggen van een straf aan de hand van het benadelingsbedrag wel juist is. Ik heb op Google gezocht naar vergelijkbare zaken. Ik kwam daar de zaak van [...] tegen die hypotheekfraude heeft gepleegd waarbij het benadelingsbedrag rond de 1,3 miljoen euro lag. Hij heeft van het openbaar ministerie een strafbeschikking gekregen, waarin hem een geldboete van € 4.000,- is opgelegd. Iemand die door het volk gekozen is en heeft gefraudeerd krijgt een geldboete van € 4.000,-. Een veel oudere zaak betreft de zaak tegen Van der Valk. In die zaak bedroeg het benadelingsbedrag tientallen miljoenen. In hoger beroep werd aan hem een werkstraf opgelegd. Een collega-advocaat van mij heeft voor vele tonnen gefraudeerd en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf opgelegd. Deze zaak is gepubliceerd onder nummer BA4593.
Een andere zaak betreft een accountant die voor zes ton had gefraudeerd. Hij kreeg bij het gerechtshof Amsterdam een taakstraf voor de duur van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Het parketnummer van die zaak is 23-004035-12. Zoals u ziet zit er een groot verschil in de uitspraken. Een verschil dat ik op basis van de cijfers alleen niet kan verklaren. Er is lang niet altijd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Cliënte heeft vandaag enige opening van zaken gegeven. Zij vond het moeilijk om in deze zaak te verklaren. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat cliënte meermalen samen was met een man toen zij het geld kwam ophalen. U kunt de verklaring van cliënte als basis voor de bewezenverklaring gebruiken.
Alles overwegende denk ik dat u de zaak anders kunt afdoen dan de rechtbank heeft gedaan. U kunt tegenwoordig tot twee jaren gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen Ik stel voor om aan cliënte een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 24 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met daarnaast een taakstraf op te leggen. Het is dan aan cliënte om te bewijzen dat zij op het goede pad blijft. In mijn ogen is een taakstraf een prachtige straf voor cliënte en kan zij tevens nog iets terug doen voor de maatschappij. Mocht u toch menen dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd dan vraag ik mij af op welke manier dat zou moeten. Als bijzondere voorwaarde kan bij een voorwaardelijke straf ook een elektronisch toezicht worden opgelegd. Voor zover u van mening bent dat daartoe een reclasseringsrapport aanwezig moet zijn vraag ik u om het onderzoek te onderbreken, de reclassering een rapportage op te laten maken en de zitting van vrijdag a.s. daarvoor te gebruiken.
(…)
Op pagina 18 onder punt 1 van de door de psycholoog opgemaakte rapportage wordt cliënte wel met een geestesstoornis gekwalificeerd. Het kan niet zo zijn dat bij de strafmaatoverweging het benadelingsbedrag het allerbelangrijkste is. Ook de persoonlijke omstandigheden van cliënte dienen daarbij mee te worden gewogen. Ik verzoek u uitdrukkelijk elektronisch toezicht te overwegen. Het CJIB is een logge organisatie. Onderhandelen met het CJIB is heel erg moeilijk. Ik verzoek u niet standaard de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De benadeelde partijen hebben zich goed laten vertegenwoordigen en kunnen heel goed zelf de schade innen.”