ECLI:NL:HR:2016:2658

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2016
Publicatiedatum
22 november 2016
Zaaknummer
15/01998
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14b SrArt. 14c SrArt. 440 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Correctie proeftijd bij veroordeling voor belaging, bedreiging en belediging

De Hoge Raad heeft op 22 november 2016 uitspraak gedaan in een cassatiezaak waarin de verdachte was veroordeeld voor belaging, bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en eenvoudige belediging. Het hof had een gevangenisstraf van 376 dagen opgelegd, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte een proeftijd van drie jaren had vastgesteld, omdat volgens het toen geldende artikel 14b, tweede lid (oud) Sr, in verbinding met artikel 14c, eerste lid (oud) Sr, de proeftijd maximaal twee jaren kon bedragen. De Hoge Raad herstelde deze fout door de proeftijd te bepalen op twee jaren.

De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat deze geen aanleiding gaven tot vernietiging. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de proeftijd en bevestigde het overige vonnis. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De proeftijd wordt door de Hoge Raad gecorrigeerd van drie naar twee jaren.

Uitspraak

22 november 2016
Strafkamer
nr. S 15/01998
CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 maart 2015, nummer 20/002747-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2 Beoordeling van het vierde middel
2.1.
Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte een proeftijd van drie jaren heeft vastgesteld.
2.2.
Het Hof heeft de verdachte veroordeeld ter zake van belaging, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en eenvoudige belediging, begaan in de periode van 19 januari 2011 tot en met 18 augustus 2011. Het dictum van het bestreden arrest houdt onder meer het volgende in:
"Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 376 (driehonderdzesenzeventig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 180 (honderdtachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt."
2.3.
Blijkens hetgeen hiervoor is weergegeven heeft het Hof een proeftijd van drie jaren vastgesteld wat betreft de naleving van de algemene voorwaarde. Het Hof heeft deze proeftijd ten onrechte aldus vastgesteld nu deze - gelet op het in deze zaak nog geldende art. 14b, tweede lid (oud), in verbinding met art. 14c, eerste lid (oud), Sr - ten hoogste twee jaren kon bedragen.
2.4.
Het middel is gegrond. De Hoge Raad zal deze misslag herstellen.

3.Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend ten aanzien van de vastgestelde proeftijd van drie jaren;
bepaalt de proeftijd op twee jaren;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 november 2016.