ECLI:NL:PHR:2017:1290

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2017
Publicatiedatum
28 november 2017
Zaaknummer
16/02127
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in profijtontnemingszaak wegens niet-indienen middelen

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene vastgesteld op € 11.404,31 en een betalingsverplichting aan de Staat opgelegd.

Betrokkene heeft op 24 februari 2016 beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De aanzegging van het cassatieberoep is op 14 oktober 2016 persoonlijk aan betrokkene betekend.

Volgens art. 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur houdende middelen worden ingediend door een raadsman, op straffe van niet-ontvankelijkheid. Binnen deze termijn is geen middelenschrift ingediend, waardoor betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 16/02127 P
Zitting: 10 oktober 2017
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[betrokkene]
In deze ontnemingszaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, bij arrest van 12 februari 2016 het bedrag van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 11.404,31 en aan de betrokkene voor datzelfde bedrag een betalingsverplichting aan de Staat opgelegd.
Deze zaak hangt samen met de zaken tegen de verdachte die onder nr. 16/02125 en 16/02126 bij de Hoge Raad aanhangig zijn. In de samenhangende zaak met nr. 16/02126 zal ik vandaag eveneens concluderen.
Namens de betrokkene is in casu op 24 februari 2016 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 14 oktober 2016 in persoon aan de betrokkene betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG