Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1klaagt in de kern dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door SMMC te veroordelen tot betaling van schadevergoeding wegens schending van een (inspannings)verplichting om [verweerster] daadwerkelijk te laten profiteren van de expatregeling.
voor zoveraan de hoofdvordering ten grondslag ligt dat niet het gehele loon is uitbetaald. Ook dat lijkt mij juist.
lay-out[mijn curs., A-G] van de te maken nettoloonafspraken, indien 1. de Belastingdienst met een dergelijk getekend schrijven akkoord kon gaan; en 2. de schriftelijke vastlegging allesomvattend zou zijn (inclusief de terugbetalingsregeling)’. In het desbetreffende e-mailbericht, dat als productie 5 bij de ‘akte uitlating regeling’ is gevoegd, blijkt dat SMMC met ‘lay-out’ bedoelde ‘een getekende brief i.p.v. een getekende overeenkomst’. In de e-mail is voorts vermeld dat SMMC met de wijziging in de lay-out van de afspraken akkoord gaat ‘zonder afbreuk te doen aan enig voorwaarde zoals verwoord in het voorstel van 15 september 2015’. In haar pleitnota in hoger beroep stelt SMMC dat een minnelijke regeling niet werd bereikt en het voorstel van 14 september 2015 niet werd getekend. [23] Uit deze passages in de gedingstukken heeft het hof naar mijn mening kunnen afleiden dat SMMC ook in de schikkingsonderhandelingen na de mondelinge behandeling van 3 februari 2016 alle in het voorstel van 14 september 2015 opgenomen voorwaarden heeft gehandhaafd, waaronder de door het hof bedoelde voorwaarde ten aanzien van de toestemming van de Belastingdienst voor terugwerkende kracht. Verder heeft SMMC in haar verweerschrift in hoger beroep gesteld dat SMMC op 18 april 2016 nogmaals heeft verzocht ‘de nettoloonafspraak (zoals reeds op 14 september 2015 aan [verweerster] werd verzonden) getekend te retourneren’ [24] , waaruit het hof de gevolgtrekking heeft kunnen maken dat SMMC ook na de beschikking van het GEA is blijven persisteren bij het voorstel van 14 september 2015 en de daarin opgenomen voorwaarden. Bovendien heeft het hof, zoals hierna bij de bespreking van subonderdeel 2.3 aan de orde komt, uit de stellingen van [verweerster] bij pleidooi in hoger beroep kunnen afleiden dat het afhankelijk maken van de betaling van het verschil van de instemming van de Belastingdienst met het verlenen van terugwerkende kracht aan de nettoloonafspraak een van de redenen was dat zij niet akkoord kon gaan met het voorstel van 14 september 2015. Hieraan doet niet af dat [verweerster] mogelijk ook om andere redenen, zoals de door SMMC voorgestelde betaling in termijnen, niet kon instemmen met het voorstel.
Onder D en E: