ECLI:NL:PHR:2017:132
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen voorbereiden cocaïnetransport vanuit Polen naar Nederland
Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 13 mei 2015 veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden wegens medeplegen van het voorbereiden en bevorderen van een cocaïnetransport van circa 1000 kilo vanuit Polen naar Nederland, en deelneming aan een criminele organisatie gericht op het plegen van misdrijven zoals bedoeld in artikel 10 Opiumwet Pro.
De zaak berustte op uitgebreid bewijs waaronder afgeluisterde telefoongesprekken, sms-berichten, observaties van ontmoetingen en infiltratie door een DEA-agent. Verdachte was nauw betrokken bij de organisatie en communicatie rondom het transport, trad op als plaatsvervanger van een medeverdachte en had inhoudelijke kennis van de plannen. Diverse ontmoetingen en contacten met andere betrokkenen werden door het hof als bewijs gebruikt.
In cassatie werden twee middelen aangevoerd, onder meer dat het hof onvoldoende bewijs had geleverd voor het opzet van verdachte en dat materiaal uit een ander dossier niet aan verdachte was voorgelegd. De Hoge Raad verwierp deze middelen omdat het hof de feiten begrijpelijk had gemotiveerd en de verdediging bekend was met het dossiermateriaal. Er was geen aanleiding tot vernietiging.
De uitspraak bevestigt de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van verdachte voor zijn rol in de voorbereidingen van het cocaïnetransport en benadrukt het belang van samenhangend bewijs uit diverse bronnen in complexe drugszaken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot 3,5 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van voorbereiden cocaïnetransport.