ECLI:NL:HR:2013:BX4605
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verduidelijkt vereisten voor witwassen van eigen misdrijf en vernietigt deel arrest witwaszaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor afpersing en gewoontewitwassen. Het hof had vastgesteld dat verdachte en medeverdachte aanzienlijke geldbedragen en goederen hadden verkregen uit afpersing en deze hadden voorhanden gehad terwijl zij wisten dat deze uit enig misdrijf afkomstig waren.
De Hoge Raad herhaalt en verduidelijkt zijn eerdere jurisprudentie dat het enkele voorhanden hebben van voorwerpen afkomstig uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf niet automatisch kwalificeert als (schuld)witwassen. Er moet sprake zijn van gedragingen die gericht zijn op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die voorwerpen. Het hof had onvoldoende gemotiveerd dat verdachte en medeverdachte meer deden dan het enkele voorhanden hebben.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest uitsluitend voor het onderdeel van het medeplegen van gewoontewitwassen en de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht verklaringen van de medeverdachte heeft betrokken en dat de bewijsvoering voldoende was.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest voor het onderdeel witwassen en strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof.