Conclusie
3.Het eerste middel
à€ 1.000.000,-” en niet, zoals de steller van het middel wil
tusseneen bedrag van € 900.000,- á € 1.000.000,-. In ’s hofs oordeel dat hij uitgaat van de hoogste categorie uit de oriëntatiepunten ligt derhalve besloten dat het is uitgegaan van het door hem genoemde hoogste schattingsbedrag. Uit ’s hofs motivering blijkt voorts dat hij, naast het geschatte benadelingsbedrag, bij de strafoplegging tevens een groot aantal, eveneens in de oriëntatiepunten genoemde, strafvermeerderende factoren betrokken heeft. Daarenboven heeft hij het tijdsverloop als strafverminderende factor meegewogen. [4] De strafoplegging is aldus niet onbegrijpelijk, en evenmin ontoereikend gemotiveerd.