Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot honderd uren taakstraf wegens het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep in een garage op haar perceel te Bergen op Zoom. De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte voorwaardelijk opzet had aangenomen, omdat zij geen wetenschap zou hebben gehad van de hennep.
Het hof baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verbalisanten die een hennepdrogerij aantroffen met geur, droogrekken met hennepresten en de aanwezigheid van sleutels tot de garage in het woonhuis van verdachte. De verdachte had verklaard de garage te hebben verhuurd aan een derde en geen kennis te hebben gehad van de hennep.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht uitging van de algemene ervaringsregel dat een eigenaar en bewoner van een perceel geacht mag worden op de hoogte te zijn van wat zich op haar perceel bevindt, en dat het ontbreken van een nadere onderbouwing van de ontkenning door verdachte het oordeel van het hof ondersteunt. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het voorwaardelijk opzet voldoende had gemotiveerd en dat het middel faalde.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie omtrent voorwaardelijk opzet en benadrukte dat de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans op het aanwezig hebben van hennep hier aannemelijk was. De cassatie werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de veroordeling van verdachte tot honderd uren taakstraf voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennep.