Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
fair trial-beginsel heeft gehandeld door haar oordeel mede te baseren op een brief met bijlagen van de officier van justitie d.d. 27 juni 2017 waarvan de inhoud niet ter kennis van betrokkene, althans van zijn advocaat, is gebracht. Zoals uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 20 juli 2017 blijkt, heeft de advocaat van betrokkene geen kopie van deze brief met bijlagen ontvangen.
equality of armser belang bij had, in de gelegenheid te worden gesteld zich uit te laten over de bevinding van Bouman GGZ dat hij niet akkoord gaat met de voorgestelde voorwaarden. Deze klacht miskent dat er geen verzoek is ingediend om een voorwaardelijke machtiging te verlenen. Zoals gezegd, had een uitlating van betrokkene (dus ook een betwisting van die bevinding) nimmer kunnen leiden tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging als alternatief voor de verzochte voorlopige machtiging. De klacht mist in dit geval derhalve belang.