ECLI:NL:HR:2013:BZ0285
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige machtiging en voortzetting inbewaringstelling psychiatrisch ziekenhuis
In deze zaak stond de vraag centraal of de rechtbank terecht een voorlopige machtiging voor opname in een psychiatrisch ziekenhuis heeft verleend terwijl tegelijkertijd een verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling aanhangig was.
De burgemeester van Zeist had een last tot inbewaringstelling gegeven, waarna de officier van justitie verzoeken indiende voor zowel een voorlopige machtiging als een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. De rechtbank behandelde deze verzoeken gelijktijdig en verleende de voorlopige machtiging voor zes maanden, waarbij het verzoek tot voortzetting werd afgewezen.
De betrokkene stelde in cassatie dat de rechtbank ten onrechte eerst de voorlopige machtiging had verleend en dat dit niet in overeenstemming was met de wettelijke vereisten. De Hoge Raad oordeelde echter dat de wet niet voorschrijft dat een voorlopige machtiging alleen kan worden verleend na een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. De rechter heeft de vrijheid om het verzoek met de verste strekking eerst te behandelen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de voorlopige machtiging ook zonder voorafgaande machtiging tot voortzetting kan worden verleend, ook als de verzoeken gelijktijdig zijn ingediend. Hiermee werd het oordeel van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de rechtbank bevoegd was om de voorlopige machtiging toe te wijzen en het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling af te wijzen.