ECLI:NL:PHR:2017:1478
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling bij winkeldiefstal
De aanvrager is bij verstek veroordeeld voor meermalige winkeldiefstal gepleegd in 2012. Hij verzocht om herziening van het vonnis op grond van een vermeende persoonsverwisseling met zijn broer, die zich volgens hem had uitgegeven als aanvrager en de diefstallen had gepleegd.
Ter onderbouwing werd een verklaring van de broer overgelegd en een ID-staat waaruit bleek dat biometrische gegevens van beiden overlappen. Er werd een nader onderzoek ingesteld naar de identiteit van de aangehouden verdachte en diens broer.
Uit het onderzoek bleek dat de aangehouden persoon op 22 augustus 2012 dezelfde was als die op 2 maart 2016 werd aangehouden, en dat er sterke gelijkenissen waren tussen de identiteiten van aanvrager en zijn broer. Slechts één broer verscheen bij een afspraak met de gemeente, wat suggereert dat mogelijk één persoon met twee identiteiten betrokken is.
De verklaring van de broer werd echter onvoldoende onderbouwd geacht en het onderzoek gaf onvoldoende steun aan de stelling van persoonsverwisseling. Hierdoor was het niet aannemelijk dat de politierechter, indien bekend met deze stukken, tot vrijspraak van aanvrager zou zijn gekomen.
De Hoge Raad concludeert dat het verzoek tot herziening ongegrond is en wijst dit af op grond van artikel 470 Sv Pro.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van persoonsverwisseling.