als verklaring van verdachte:
V: Je bent een vriend van [medeverdachte] (het hof begrijpt telkens: medeverdachte [medeverdachte] ) en vertel eens wat er toen ter sprake kwam.
A: Ja ik was bij [medeverdachte] thuis en ik hoorde [medeverdachte] zeggen dat die mensen uit Tynaarlo zijn leven kapot hadden gemaakt. [medeverdachte] zou nog veel geld krijgen van een man. [medeverdachte] vroeg mij of ik hem mee wilde helpen. Die man moest een paar tikken hebben.
V: Waarom moest jij die man een paar tikken geven?
A: Om geld te halen.
V: Jij wilde het wel doen maar je kon het niet alleen?
A: Ja... Ik vertelde [medeverdachte] dat ik het wel wilde doen, maar niet alleen.
V: Heeft [medeverdachte] jou ook iets verteld over geld?
A: Ja, [medeverdachte] zou er goed voor betalen. Wij moesten hem alleen mishandelen.
V: Wat was dan precies de opdracht?
A: Ja wij moesten hem mishandelen. Die man moest mishandeld worden. [medeverdachte] zou later dan regelen dat die man ging betalen.
V: Vertel eens hoe [medeverdachte] die opdracht voorstelde?
A: Ja, die man moest minimaal 1 op zijn gezicht krijgen. En dan op het lichaam. Ook 1 op zijn knieën om zijn knieën te breken. [medeverdachte] vertelde dat het niet zover mocht komen dat die man dood zou gaan. Later hoorde ik van [betrokkene 4] dat met die man [medeverdachte] zijn vader werd bedoeld.
V: Wanneer hebben jullie dit besproken?
A: Een paar maand voordat wij erheen gingen.
V : Maar op een zeker moment komt het zover?
A: Op het moment dat ik daadwerkelijk ja heb gezegd werd er wel over een bedrag gesproken.
V: Hoe komt dan [betrokkene 1] (het hof begrijpt steeds: medeverdachte [betrokkene 1] ) in beeld?
A: Ja [medeverdachte] vroeg mij of ik nog iemand wist. Ik heb [betrokkene 1] gevraagd om naar mijn huis te komen. Bij mij thuis is [betrokkene 1] gevraagd om mee te doen. [betrokkene 1] had ook geld nodig en zei: “Is goed”. Toen werd ook het bedrag afgesproken: 2000 euro. 1000 Euro per persoon. [betrokkene 1] ging met dit voorstel akkoord.
V : Dan wordt die afspraak gemaakt en dan?
A: Ja we kregen het adres en toen gingen wij... .ja even denken het moest snel gebeuren.
V: Op de avond dat jullie wel zijn gegaan, wie nam toen dat besluit om wel te gaan?
A: Wij besloten toen om te gaan zodat wij er vanaf waren. Dat was met Koninginnenacht. De feestnacht van 29 op 30 april 2010.
V: Dan moet het gebeuren? Hoe laat vertrekken jullie uit Huizen?
A: Ja om 00:30 uur zijn wij vertrokken met mijn Volkswagen Golf IV. [betrokkene 1] zat bij mij in de auto.
V: Is er dan iets afgesproken?
A : Ja we zouden aanbellen en als hij open deed moesten wij hem in elkaar slaan.
V: Maar toen jullie er langs reden en jij die man hebt gezien ben je gestopt?
A: Ja ik heb gisteren al gezegd dat ik het niet kon. Ik ben terug gereden.
[medeverdachte] vroeg gelijk: “Wanneer gebeurt het wel eens een keer”, ik zei: “Zo snel mogelijk”.
V : En die avond dat er wel wat is gebeurd?
A: Ik wist wel dat [betrokkene 1] zou gaan. [medeverdachte] vroeg mij die avond of ik mee wilde om te tanken. Onderweg na het tanken vertelde [medeverdachte] dat hij wilde kijken of het was gelukt.
[medeverdachte] vertelde mij nog dat ik niet bang hoefde te zijn, omdat op het moment dat het gebeurde wij bij een tankstation waren.
V: Toen jullie aankwamen zagen jullie?
A: Ja we reden langs de woning van [medeverdachte] zijn ouders. Ik zag een ambulance staan. Ik zag een witte politiebus. [medeverdachte] vertelde mij ook dat de auto van zijn broer er stond toen. Het licht in de woning brandde.