Conclusie
‘uitlokking van medeplegen van poging tot zware mishandeling met voorbedachte raad’veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met aftrek als bedoel in art. 27 Sr Pro. Aan het voorwaardelijk strafdeel heeft het hof een proeftijd van twee jaren verbonden.
middelklaagt over ’s hofs oordeel dat geen sprake is van schending van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro en over de (onbegrijpelijke) verwerping van een daarop gegrond verweer.