Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof heeft geoordeeld dat de verklaringen van getuige [medeverdachte 2] voor het bewijs kunnen worden gebruikt, zulks ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, aangezien de verdediging niet of onvoldoende in de gelegenheid is geweest hem als getuige te ondervragen en de veroordeling in beslissende mate op de verklaringen van deze getuige berust.
en
Verweren
tweede middelklaagt dat het hof heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het de verklaringen van [medeverdachte 2], in afwijking van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de betrouwbaarheid daarvan, voor het bewijs heeft gebruikt.
Verklaringen [medeverdachte 2]
at vertel ik wel tegen de advocaat. Dat gaat niet over een bedrijf.
Er is een kern, maar ik verklaar verder bij de rechtbank.
derde middelkomt op tegen ’s hofs gebruik voor het bewijs van de tegenover de politie afgelegde verklaring van de getuige [betrokkene 6]. Primair behelst het middel de klacht dat deze verklaring niet tot het bewijs mag worden gebruikt omdat deze niet alleen de waarnemingen van die getuige maar ook een ontoelaatbare gissing of conclusie inhoudt. Subsidiair klaagt het middel dat ’s hofs andersluidende oordeel niet toereikend is gemotiveerd. Meer subsidiair wordt geklaagd dat het hof heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging ter zake.
proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 6], met bijlagen, d.d. 6 juli 2010 van de politie Haaglanden. Dit proces-verbaal houdt onder meer: - zakelijk weergegeven - (blz. V/JAC/23- 36)):
als de op 6 juli 2010 afgelegde verklaring van [betrokkene 6]:
proces-verbaal van verdachte [betrokkene 6], met bijlagen, d.d. 15 juli 2010 van de politie Haaglanden met nummer PL15J2/2010113453. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. V/JAC/45-48):
als de op 15 juli 2010 afgelegde verklaring van [betrokkene 6]:
vierde middelklaagt dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet is gemotiveerd omdat een deel van de “Bijlage, inhoudende opgave van de bewijsmiddelen” onleesbaar is, waardoor de inhoud van deze Bijlage [9] niet geheel kenbaar is en omdat het hof heeft verzuimd de bijlagen daaraan te hechten, waarnaar het in de “Bijlage, inhoudende opgave van de bewijsmiddelen” verwijst.
(i) een, door de Hoge Raad ontvangen, volledige en geheel leesbare “Bijlage, inhoudende opgave van de bewijsmiddelen”. Daarin verwijst het hof onder de bewijsmiddelen 37 tot en met 44 naar aan deze Bijlage gehechte bijlagen, welke echter – om begrijpelijke redenen, ze zijn eenvoudig te dik – niet daadwerkelijk aan de Bijlage zijn gehecht. Wel zijn de desbetreffende processen-verbaal door de Hoge Raad ontvangen;
(ii) op 28 maart 2017 is aan de raadsman van de verdachte in cassatie, een afschrift van de processtukken toegezonden;