ECLI:NL:HR:2013:BX5539
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik getuigenverklaring ondanks weigering ondervraging en vermindert straf wegens termijnoverschrijding
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor het opzettelijk vervoeren van circa 1 kilogram heroïne. De bewijsvoering bestond uit verklaringen, opgenomen gesprekken, observaties en forensisch onderzoek. Een belangrijke getuige, [betrokkene 1], weigerde tijdens de terechtzitting vragen te beantwoorden, waardoor de verdediging haar ondervragingsrecht niet volledig kon uitoefenen.
De verdediging stelde daarom dat de verklaring van deze getuige niet als bewijs mocht worden gebruikt. De Hoge Raad bevestigde echter dat indien de verklaring voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, het gebruik ervan niet in strijd is met art. 6 EVRM Pro. Het hof had dit ook zo beoordeeld en dat oordeel was niet onbegrijpelijk.
Daarnaast had de verdediging verzocht om de getuige opnieuw op te roepen en eventueel te gijzelen, maar het hof wees dit af omdat de getuige aangaf bedreigd te zijn en de verdediging geen heil zag in voortzetting van het verhoor. De Hoge Raad vond deze afwijzing niet onjuist.
Ten slotte oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf. Het arrest vernietigde de strafduur, verminderde deze tot elf maanden waarvan vier voorwaardelijk, en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De straf wordt verminderd tot elf maanden waarvan vier voorwaardelijk wegens termijnoverschrijding; bewijs van getuigenverklaring blijft bruikbaar ondanks weigering ondervraging.