ECLI:NL:PHR:2017:151
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplichtigheid en drugshandel met MDMA en cocaïne
Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 13 mei 2015 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar wegens medeplichtigheid aan het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en de Wet wapens en munitie. Verdachte trad op als contactpersoon en vertaalde informatie over het transport van ruim 90.000 2C-B pillen naar Duitsland. Daarnaast leverde hij cocaïne en MDMA-pillen aan verschillende betrokkenen.
De verdediging stelde meerdere cassatiemiddelen aan de orde, waaronder het ontbreken van een pleitnota, onvoldoende bewijs voor medeplichtigheid en ontoereikende strafmotivering. De Hoge Raad verwierp deze middelen met motivering, onder meer omdat het hof voldoende bewijs had uit telefoongesprekken, observaties en verklaringen van betrokkenen.
De Hoge Raad constateerde tevens een overschrijding van de redelijke termijn van 8 maanden voor het indienen van het cassatieberoep, maar dit werd niet door de verdediging aangevoerd als klacht. De straf van twee jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf werd als passend en geboden beoordeeld gezien de ernst en duur van de feiten, waaronder handel in grote hoeveelheden verdovende middelen en het bezit van een vuurwapen.
De Hoge Raad concludeert tot verwerping van het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan drugshandel en wapengebruik.