Conclusie
eerste middelklaagt over de verwerping door het hof van het beroep op noodweer dan wel noodweerexces in het verband van feit 1 subsidiair. Het
tweede middelklaagt over de verwerping door het hof van het beroep op noodweer dan wel putatief noodweer ten aanzien van feit 2. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
Ten aanzien van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde
“Feiten en omstandigheden 13 september 2014
7. […] stelt de verdediging vast dat een beroep op noodweer in beginsel niet kan worden verworpen op de grond, dat verzoeker zich aan de confrontatie met de aangever had kunnen onttrekken (vgl. HR 22 november 2011, UN BT6449; HR 15 november 2011, UN BQ6110 en HR 12 juli 2011, UN BQ6720). Voorts is in de jurisprudentie uitgemaakt dat niet uitsluitend paniek- of angstgevoelens een hevige gemoedsbeweging als bedoeld in art. 41 lid 2 Sr Pro kunnen veroorzaken, maar een hevige gemoedsbeweging kan ook ontstaan als gevolg van de door de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding gewekte woede (HR 21 oktober 2008, UN BD7821, NJ 2008, 561). 8. Met inachtneming van het voorgaande, is de verdediging van oordeel dat op basis van bovenstaande feiten en omstandigheden er geen andere conclusie kan volgen, dan dat cliënt gerechtvaardigd heeft gehandeld uit (putatief) noodweer(exces). In het bijzonder is hierbij het volgende van belang.
Ten aanzien van feit 2 – putatief noodweer: OVAR
geen enkel momentgedurende die avond naar [betrokkene 2] toegegaan of heeft anderszins de confrontatie opgezocht! Hij heeft op een barkruk gezeten en is, nadat hij eruit was gezet, zelfs naar de hoek van de straat gelopen om daar rustig op zijn jas te wachten. Maar [betrokkene 2] nam daar geen genoegen mee en was eenvoudigweg uit op een fysieke confrontatie met cliënt.
nietmet kracht en was tegen de lip (niet de neus!), waarvan [betrokkene 2] kennelijk ook geen letsel heeft opgelopen.
Ten aanzien van feit 1 - subsidiair: noodweerexces) OVAR
quod non-, maakt niet dat cliënt hiervoor strafbaar is, gelet op het voorgaande. Gelet op de feiten en omstandigheden van dit geval, een en ander in samenhang bezien, komt cliënt dan ook een gerechtvaardigd beroep op noodweer(exces) toe, zodat hij voor feit 1 subsidiair dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.”
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte
NJ2016/316 m.nt. Rozemond met betrekking tot de onderhavige strafuitsluitingsgronden heeft overwogen: