Conclusie
middelricht zich tegen de motivering van de onder 1 subsidiair telkens bewezenverklaarde woorden ‘de oppervlakte van het dichte deel van de […] beschikbare vloer niet tenminste per gelt of zeug 1,3 m2 bedroeg.’ De motivering zou mede in het licht van de gevoerde verweren onjuist en ontoereikend zijn. Daarmee staat in deze zaak de normering van de dichte vloeroppervlakte voor gelten [1] en zeugen [2] in de varkenshouderij centraal.