Conclusie
middelklaagt in de kern dat het oordeel van het hof dat de Terugkeerrichtlijn [1] zich niet verzet tegen het strafbaar achten van de verdachte, althans tegen het opleggen van een strafrechtelijke sanctie, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, aangezien de (bij beschikking van 9 april 2002 opgelegde) ongewenstverklaring van de verdachte ten tijde van zijn verblijf in Nederland op 14 augustus 2014 (de dag van de bewezenverklaring) geen rechtskracht meer had.