Conclusie
middelklaagt ten aanzien van de bewezenverklaring onder 1. dat het opzet niet voldoende uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen, althans dat de verwerping van het verweer dat verdachte de handgranaat pas de slaapkamer in heeft gegooid nadat hij had vastgesteld dat [betrokkene 1] niet in die kamer aanwezig was, onvoldoende met redenen is omkleed.
Algemeen
uitsluitendop de verklaring van verdachte berust, nu immers vaststaat dat [betrokkene 1] niet aanwezig was in de kamer op het moment dat verdachte de handgranaat gooide; dat verdachte voorwerpen en de locatie daarvan in de slaapkamer heeft kunnen beschrijven en er door de verdediging op is gewezen dat uit gegevens volgt dat verdachte de gehele kamer heeft kunnen overzien.
vanwegedie vaststelling hiertoe is overgegaan, ondersteunt. In dit verband wijs ik op de niet onbegrijpelijke overweging van het hof dat - kort gezegd - de verklaring van verdachte waarop een beroep wordt gedaan op het hof de indruk maakt van een verklaring die, nadat uitgebreid is kennisgenomen van en nagedacht over de inhoud van het inmiddels afgeronde dossier, volstrekt is toegesneden op het geven van een verklaring voor omstandigheden die de verdachte kennelijk beschouwde als voor hem mogelijk belastend, nadat het de verdachte duidelijk was geworden, dat het mogelijk geen zin meer had te betwisten dat hij degene was die de handgranaat had gegooid.