Conclusie
5.Het eerste middel
6.Het tweede middel
Medeplegen
rekening had moeten houdenmet de feitelijke delictshandeling van zijn mededader. Niet vereist is dus dat hij daarmee daadwerkelijk rekening heeft gehouden. Niet geheel duidelijk is hoe dit derde criterium zich verhoudt tot de uitleg van het Tatplan. Dat een feitelijke delictshandeling ‘te verwachten’ was, kan namelijk ook gezien worden als een aanwijzing dat die handeling onder het bereik van het onbepaalde Tatplan valt. [9]
het gezamenlijke criminele doel. De jce-deelnemer en zijn mededaders vormen een collectief zolang de jce voortduurt en de jce-deelnemer zich niet rechtsgeldig heeft teruggetrokken uit de jce (withdrawal). Voorwaarde voor een withdrawal is dat de jce-deelnemer tijdig (in ieder geval voor de delictsvoltooiing) en kenbaar voor zijn mededader (een çhange of heart’ is niet voldoende) afstand neemt van de jce. In de tweede plaats moet er foresight zijn: de jce-deelnemer de
kwade kans hebben voorziendat de mededader de collateral offence zal plegen. De foresight moet daarbij betrekking hebben op de ‘essential matters’ (de bestanddelen) van het delict, niet op de ‘details of the act’, waartoe ook de tijd, de plaats en het slachtoffer worden gerekend. De concrete vervullingswijze van het delict behoeft door de jce-deelnemer dus niet te zijn voorzien. [10] Besef van de reële kans op het plegen van het feit is voorts voldoende. Het kansbegrip lijkt sterk op de bij voorwaardelijk opzet vereiste ‘aanmerkelijke kans’. Omdat er geen aanvaardingscomponent bij het ‘foresight’ is, heeft het wel een grotere reikwijdte dan voorwaardelijk opzet. Een derde voorwaarde is dat de collateral offence een
‘begeleidend risico’van de verwezenlijking van het gezamenlijke doel moet zijn. Er moet een voldoende verband zijn met de uitvoering van het gezamenlijke criminele doel; de collateral offence moet voortkomen uit het nastreven van dat doel. Een voorbeeld daarvan is een levensberoving ter vergemakkelijking van een (geplande) inbraak. De vierde en laatste voorwaarde is dat de jce-deelnemer zijn participatie in de jce voortzet nadat hij de kwade kans op de collateral offence heeft voorzien. Deze voorwaarde heeft weinig toegevoegde voorwaarde. Van voortzetting is sprake als de deelnemer zich niet terugtrekt. [11]
joint criminal enterprisewaarin hij participeerde, werden gepleegd. Als juist is wat de verdachte aanvoerde, namelijk dat vrijheidsberoving de
agreed offencewas, dan kunnen die levensdelicten beschouwd worden als
collateral offencesten aanzien waarvan de verdachte naar mag worden aangenomen
foresighthad. Gezien de aard van de onderneming en het grote aantal vuurwapens dat de organisatoren daarvoor kennelijk nodig achtten, moet de verdachte hebben beseft dat de kans dat er doden zouden vallen, reëel was.