Op 12 december 2010 pleegden twee portiers van café [A] in Assen openlijke geweldpleging tegen meerdere slachtoffers tijdens een vechtpartij in het nachtleven. De verdachte en zijn medeverdachte haalden een jongen onderuit, waarna diens vriendin tussenbeide kwam en eveneens werd geslagen.
Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde de verdachte primair voor openlijke geweldpleging tegen één slachtoffer en subsidiair voor openlijke geweldpleging tegen drie andere slachtoffers, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen de bewezenverklaring van het eerste feit, stellende dat de bewijsmiddelen onvoldoende waren om een significante bijdrage aan het geweld aan te tonen.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring voldoende is gemotiveerd en dat de verdachte en zijn medeverdachte nauw en bewust hebben samengewerkt bij het plegen van het geweld. De enkele aanwezigheid is niet voldoende, maar hier is sprake van een wezenlijke bijdrage. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.