Conclusie
middelklaagt dat de motivering van de beslissing tot ontneming innerlijk tegenstrijdig is, althans dat de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel onbegrijpelijk is, dan wel ontoereikend.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel door de veroordeelde uit een hennepkwekerij, vastgesteld door het hof op €30.000,-. Het hof had vastgesteld dat er ongeveer acht oogsten waren, maar liet onduidelijk hoeveel daarvan binnen de bewezenverklaarde periode van minder dan vijf maanden vielen. Hierdoor was de motivering van de schatting ontoereikend.
De verdediging voerde aan dat het voordeel niet aannemelijk was en stelde een lager bedrag voor, gebaseerd op verklaringen van medeveroordeelden en investeringen. Het hof had in de strafzaak een bewezenverklaring voor de periode 1 januari 2011 tot en met 14 mei 2011.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het bedrag van €30.000 passend was binnen de bewezenverklaarde periode. Het cassatieberoep werd niet ontvankelijk verklaard wegens tegenstrijdigheid met eerdere standpunten van de verdediging, maar de Hoge Raad vernietigde het oordeel en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukte dat bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden uitgegaan van het daadwerkelijk behaalde voordeel in de concrete omstandigheden, conform eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.