Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof is afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, inhoudende dat geen sprake was van wettig bewijs, aangezien de politie geen zelfstandig onderzoek had uitgevoerd naar de administratie en dat de faillissementsverslagen van de curator dienen te worden gekwalificeerd als andere geschriften als bedoeld in art. 344, eerste lid, sub 5 Sv en dat een bewezenverklaring op grond van art. 342 Sv Pro niet kon steunen op de aangiften van de curator.
tweede middelklaagt over het bewijs van het (voorwaardelijk) opzet op de bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers.
derde middel, dat is gericht op de motivering van de strafoplegging, eigenlijk geen bespreking. Maar ik kan daarover kort het volgende zeggen.