ECLI:NL:PHR:2017:31
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-indienen schriftuur in ontnemingszaak
Betrokkene is door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot betaling van €35.000,- aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Tegen deze beslissing is cassatieberoep ingesteld.
De betrokkene heeft echter niet binnen de wettelijke termijn een schriftuur met middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad, zoals vereist op grond van art. 437 lid 2 Sv Pro in verbinding met art. 511h Sv. Hierdoor kan de Hoge Raad betrokkene niet in zijn cassatieberoep ontvangen.
De aanzegging van het cassatieberoep is rechtsgeldig betekend aan betrokkene en diens raadsman. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in het beroep. De zaak betreft een ontnemingsprocedure die samenhangt met een strafzaak.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van een schriftuur.