Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
De rechtbank Noord-Nederland heeft bij beschikking van 24 maart 2016 het klaagschrift van klager tot teruggave van een inbeslaggenomen personenauto ongegrond verklaard. Klager stelde in cassatie dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld over zijn rechthebbende positie ten aanzien van de auto.
De Hoge Raad overwoog dat het middel kansloos is en geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. De klacht berust op een verkeerde lezing van de rechtbankoverwegingen en mist een te respecteren belang. De rechtbank heeft namelijk geoordeeld dat de auto eigendom was van de overleden vader van klager, dat de erfenis door beide zonen is verworpen en dat de moeder de enige erfgenaam is geworden.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank het oordeel niet buiten redelijke twijfel heeft geacht en dat dit oordeel niet onbegrijpelijk is. Het cassatieberoep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is niet geklaagd over de grondslag van het beslag, dat verband houdt met een ontnemingsvordering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het klaagschrift tot teruggave van de auto wordt ongegrond verklaard.